De Europese Commissie heeft het Amerikaanse Motorola dinsdag op de vingers getikt. Volgens Brussel beschermt de smartphoneproducent sommige patenten te veel.

Motorola was in de smartphone-patentoorlog te agressief, vindt de Commissie.

Het bedrijf stapte in Duitsland naar de rechter omdat Apple met zijn iPhone inbreuk zou maken op 'standaard-essentiële' patenten van Motorola. Dat zijn patenten op standaardtechnologieën die in veel apparaten worden gebruikt, in dit geval op gprs-verbindingen.

Motorola had eerder beloofd dat het licenties zou verkopen op die technologie, maar sleepte Apple uiteindelijk toch voor de rechter om een verkoopverbod af te dwingen. Motorola wilde bovendien dat Apple zijn recht om de geldigheid van de Motorola-patenten te betwisten, zou opgeven.

Geen boete

De Commissie zegt geen boete te geven aan Motorola omdat onder Europees recht niet duidelijk is of bedrijven een verkoopverbod mogen nastreven bij schending van standaard-essentiële patenten.

In een verklaring stelt eurocommissaris Joaquín Almunia (Mededinging) dat de patentoorlog op de mobiele markt niet ten koste van consumenten mag gaan. "Daarom moeten alle spelers in de industrie zich aan de concurrentieregels houden."

De Commissie accepteerde dinsdag ook een voorstel van Samsung om geen verkoopverboden meer na te streven op basis van schending van standaard-essentiële patenten. Dat voorstel wordt nu wettelijk bindend.

Motorola is op dit moment nog onderdeel van Google, maar het bedrijf wordt verkocht aan de Chinese smartphonefabrikant Lenovo. De overname moet echter nog worden afgerond.