De Iraakse olie-export presteert zwaar onder de maat, mede als gevolg van herhaaldelijke sabotage van een noordelijk gelegen pijplijn.

Dat melde de olieminister van Irak, Hussain al-Shahristani, zaterdag.

Met een gemiddeld volume dat gelijkstaat aan 2,5 miljoen vaten per dag ligt de export deze maand wel hoger dan die in maart, maar nog altijd ver beneden de dagelijkse hoeveelheid van 3,4 miljoen vaten die de Iraakse overheid voor dit jaar tot doel had gesteld.

In februari bereikte de Iraakse olie-export nog een record van 2,8 miljoen vaten per dag, maar vervolgens zakte de uitvoer terug nadat bij ongeregeldheden een belangrijke pijplijn naar Turkije was opgeblazen.

Veiligheid

Normaal had de beschadigde pijplijn in enkele dagen gerepareerd kunnen worden. Maar doordat het Iraakse leger werd opgehouden door gevechten in de westelijke provincie Anbar aan de grens met Syrië, kon de veiligheid in het gebied niet gegarandeerd worden.

Wat ook meespeelt is dat de Koerdische autonome regio in Irak vanwege een conflict over rechten en inkomsten, al meer dan een jaar geen olie meer heeft uitgevoerd via de daarvoor bestemde infrastructuur. In de jaardoelstellingen van de regering in Bagdad was voorzien dat Koerdistan dagelijks 400.000 vaten zou exporteren.

OPEC

Irak produceert de laatste tijd stukken meer olie dan het land wordt uitgevoerd. Sinds 2007 is de Iraakse olieproductie met zeker 1 miljoen vaten toegenomen.

De oliesector in Irak ging jarenlang gebukt onder oorlogen, economische sancties en achterstallig onderhoud, maar inmiddels is het land uitgegroeid tot het op een na grootste lid van het oliekartel OPEC, na Saudi-Arabië.