De particuliere belegger in Nederland lijkt ongevoelig voor de internationale financiële en politieke onrust. 

Dat stelt ING zaterdag op basis van de stand van zijn maandelijkse BeleggersBarometer.

De graadmeter die het sentiment meet kwam in maart uit op 133, vrijwel onveranderd vergeleken met de voorgaande maand.

"Zowel valutarisico’s in landen als Argentinië en Rusland, als politieke onrust in Oekraïne en Thailand doet de beleggers niet veel. Het optimisme wordt vooral gevoed door gunstige berichten over de economieën van Europa en de VS'', stelt de bank.

Bijna twee derde van de beleggers verwacht volgens de onderzoekers slechts een beperkte invloed van de valutaonrust in Argentinië, Rusland en Zuid-Afrika op de winsten van beursgenoteerde bedrijven. Zo'n 15 procent verwacht geen enkel effect en slechts 7 procent denkt dat de invloed groot zal zijn.

Oekraïne

Vier op de tien beleggers maken zich wel lichte zorgen over de invloed van de politieke onrust in Thailand en de Oekraïne op hun aandelen en obligaties. Maar een even groot deel blijft er rustig onder. Slechts 8 procent maakt zich grote zorgen, aldus ING.

Ook voor de komende maanden blijft het optimisme volgens ING overheersen. Nog steeds voorziet 58 procent dat de economie gaat verbeteren en slechts 11 procent gaat uit van een verslechtering.

Sparen

Volgens de peiling verwachten meer beleggers de komende drie maanden geld over te houden om te sparen, beleggen of extra te besteden. Was dat vorige maand nog 48 procent, nu is dat 55 procent. Mogelijk heeft dit te maken met de uitkering van vakantiegeld in mei.

In maart staken nog steeds verreweg de meeste beleggers (87 procent) nieuw geld in aandelen, "maar beduidend meer beleggers dan de voorgaande maand kiezen ook voor obligaties'', aldus ING. De groep obligatiebeleggers klom van 30 procent naar 47 procent