Vastgoedfonds Wereldhave heeft 30 miljoen euro uitgetrokken om zijn winkelvastgoed in Nederland een flinke opfrisbeurt te geven. 

Dat is nodig omdat veel winkelcentra verouderd zijn, zei bestuursvoorzitter Dirk Anbeek donderdag in een toelichting op de jaarcijfers.

De topman sprak van een ,,gerichte investering'' om de winkelcentra voor het publiek aantrekkelijker te maken. Daarnaast wordt 60 miljoen euro besteed aan uitbreiding van winkelcentra.

Een en ander moet ertoe leiden dat één van de belangrijkste doelstellingen van Wereldhave, een doorlopende groei van de huuropbrengsten, kan worden gerealiseerd.

Wereldhave richt zich sinds zijn strategiewijziging vorig jaar met name op middelgrote winkelcentra, waarbij de nadruk in Nederland ligt bij grotere steden in bijvoorbeeld de Randstad, Midden-Nederland en Noord-Brabant. Afgelopen jaar kocht het bedrijf het winkelcentrum Vier Meren in Hoofddorp voor 147,5 miljoen euro van Unibail-Rodamco.

Oorlogskasje

Ook na die aankoop heeft Wereldhave nog een ,,oorlogskasje'' over. Van de in totaal 1,3 miljard euro die het bedrijf uiteindelijk op denkt te halen door de verkoop van bezittingen die niet tot zijn kernactiviteiten behoren, is 400 miljoen euro bestemd voor acquisities. Op dit moment is zo'n 150 tot 200 miljoen euro beschikbaar voor aankopen, zei Anbeek.

Vooral de Belgische markt is momenteel erg aantrekkelijk. ,,De lonen stijgen nog ieder jaar en het vertrouwen en de bestedingen van consumenten hebben daar niet te leiden onder draconische bezuinigingen zoals hier in Nederland'', zei Anbeek. Kansen voor acquisities in België zijn er echter nauwelijks. ,,Winkelcentra zijn daar momenteel niet te koop'', zei de topman.

Het bedrijf heeft dan ook zijn zinnen gezet op deelname aan de ontwikkeling van een nieuw winkelcentrum rond het Koning Boudewijnstadion in Brussel. Daarmee is de komende jaren een investeringssom van tussen de 450 en 500 miljoen euro gemoeid. Wereldhave België zit voor 25 procent in een consortium dat in de race is voor dat project. De beslissing valt nog in de eerste jaarhelft, zei Anbeek.