Het Britse energieconcern BP heeft in het vierde kwartaal last gehad van zwakke raffinagemarges, hogere afschrijvingen bij de zoektocht naar olie en gas en oplopende projectkosten.

De resultaten die het bedrijf dinsdag naar buiten bracht, tonen daarmee de nodige parallellen met die van Shell en andere zogeheten 'oil majors' vorige week.

De onderliggende winst daalde van 3,9 miljard dollar in het vierde kwartaal van 2012 tot 2,8 miljard dollar. BP rondde in oktober een desinvesteringsprogramma af waarbij voor 38 miljard dollar aan bezittingen werd verkocht. Dat geld was nodig om de rekening van de olieramp in de Golf van Mexico, in april 2010, te kunnen betalen.

Verkopen

Het concern kondigde destijds aan nog eens voor 10 miljard dollar onderdelen te willen verkopen. Daarvan is inmiddels 1,7 miljard dollar gerealiseerd.

De desinvesteringen droegen bij aan een productiedaling bij BP. Het concern pompte exclusief de productie in Rusland, dagelijks 2,25 miljoen vaten op. Dat is 1,9 procent minder dan een jaar eerder.

Rusland is buiten beschouwing gelaten omdat de cijfers over het vierde kwartaal van 2012 nog de bijdrage van het voormalige samenwerkingsverband TNK-BP bevatten. BP werkt tegenwoordig samen met Rosneft.

Het concern geeft op 4 maart meer details over de strategie voor de komende jaren.