De beurzen in New York zijn maandag op de eerste handelsdag van februari met dieprode cijfers gesloten, waarmee de negatieve reeks van januari werd voortgezet.

De stemming stond vooral onder druk door een flink tegenvallend cijfer over de Amerikaanse industrie. De brede S&P 500 daalde naar het laagste punt sinds medio oktober.

De Dow-Jonesindex eindigde 2,1 procent lager op 15.372,80 punten, waarmee het verlies over 2014 uitkomt op 7,3 procent. De S&P daalde 2,3 procent tot 1.741,89 punten, een verlies van 5,8 procent sinds begin dit jaar.

De technologiebeurs Nasdaq zakte 2,6 procent tot 3.996,96 punten, wat neerkomt op een min van 4,3 procent in 2014.

De groei van de Amerikaanse industrie is volgens marktonderzoeker ISM in januari gedaald naar het zwakste tempo sinds mei vorig jaar. De ISM-inkoopmanagersindex ging naar 51,3, van 56,5 in december. Er was op een stand van 56 gerekend. Een stand van meer dan 50 duidt op groei, een daaronder op krimp.

Deelindex

De deelindex voor nieuwe orders liet de sterkste daling zien in 33 jaar. Volgens economen heeft de tegenvallende groei van de industriële bedrijvigheid in de Verenigde Staten voor een groot deel te maken met het extreme winterweer in Noord-Amerika in januari.

Het winterweer had ook een negatief effect op de Amerikaanse autoverkopen in januari. General Motors (GM) zag de verkoop met 12 procent dalen en bij Ford Motor ging die met 7,5 procent omlaag. Het aandeel GM zakte 2,3 procent en Ford verloor 2,7 procent.

De telecomsector op Wall Street had het ook moeilijk. Telefoniebedrijf AT&T kondigde nieuwe plannen voor de aanhoudende prijzenslag op de Amerikaanse mobiele markt aan. AT&T verloor 4,1 procent en Verizon Communications leverde 3,4 procent in.

Pfizer

Farmaceut Pfizer deed het wel redelijk met een plus van 0,7 procent. Volgens Pfizer heeft zijn experimentele middel tegen borstkanker goede resultaten behaald in een onderzoek.

Verder werd bekend dat de bouwuitgaven in de VS in december met slechts 0,1 procent zijn gestegen. Een maand eerder namen die nog met 0,8 procent toe.

De euro was 1,3529 dollar waard, tegen 1,3530 dollar bij het slot van de Europese handel. De prijs van Amerikaanse Brentolie daalde 0,9 procent tot 96,64 dollar per vat. Brent werd 0,4 procent goedkoper op 106,01 dollar.