De Britse oliemaatschappij BP heeft een gevoelige nederlaag geleden bij een rechtszaak over de schadevergoedingen die het bedrijf moet betalen in verband met de olieramp in de Golf van Mexico in 2010. 

De rechtbank in New Orleans verwierp zaterdag het verzoek van BP om de schadevergoedingen aan banden te leggen. Het bedrijf vindt veel claims "fictief en absurd'', maar daar is de rechter het dus niet mee eens.

Ook partijen die geen nadelige gevolgen van de olieramp hebben ondervonden, zouden volgens BP claims hebben ingediend. Daarom vocht het concern de oorspronkelijke schikking uit 2012 aan bij de rechter.

Schikking overeind

Maar de rechtbank vindt dat BP onvoldoende heeft uitgelegd hoe rechtbanken onterechte claims kunnen onderscheiden van terechte claims. Daarom zou de schikking overeind moeten blijven, oordeelt de rechter. BP gaf na het vonnis aan zijn juridische opties te bekijken.

Het bedrijf trok aanvankelijk 7,8 miljard dollar uit voor de oorspronkelijke schikking, maar verhoogde dat in oktober tot 9,2 miljard dollar. Het oliebedrijf vreest dat dit bedrag nog flink kan oplopen.

Explosie

Door een explosie op het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico kwamen elf werknemers om en stroomden honderden miljoenen liters olie de zee in.

Het was de grootste olieramp in de Amerikaanse geschiedenis. De totale kosten voor opruimwerkzaamheden, schadeclaims en boetes voor BP bedragen meer dan 42 miljard dollar.