Op de aandelenbeurzen in New York werd donderdag geen vervolg gegeven aan de sterke opmars van vorig jaar. Wall Street werd gedrukt door technologiefondsen als Apple en Netflix. 

Een gunstig cijfer over de Amerikaanse industrie bood onvoldoende tegenwicht om de graadmeters in de plus te krijgen.

De Dow-Jonesindex sloot 0,8 procent lager op 16.441,35 punten en de Nasdaq verloor 0,8 procent tot 4143,07 punten. De S&P 500 leverde 0,9 procent in tot 1831,98 punten.

De graadmeter begon daarmee voor het eerst sinds 2008 een jaar met verlies. Marktkenners verwachten een stand van 1950 punten voor de S&P aan het eind van dit jaar, een winst van 5,5 procent na een winst van 30 procent in 2013.

Apple

Apple kreeg te maken met een adviesverlaging van Wells Fargo en leverde 1,4 procent in. De bank denkt onder meer dat de marges bij Apple in de loop van dit jaar onder druk komen te staan. Netflix, de sterkste stijger in 2013 met een koerswinst van ruim 296 procent, verloor 1,5 procent.

Newmont Mining (plus 4,4 procent) profiteerde van een herstel van de goudprijs. Het edelmetaal daalde vorig jaar 28 procent in waarde, de sterkste daling sinds 1981 en de eerste waardevermindering sinds het jaar 2000. Een troy ounce (31,1 gram) 1224 dollar, tegen 1202,30 dollar op oudejaarsdag.

Uitkeringen

Een half uur nadat de handel op Wall Street begon, maakte het Institute of Supply Management cijfers over de industrie bekend. De bedrijvigheidindex voor de sector, die in november met een stand van 57,3 het hoogste niveau in 2,5 jaar bereikte, nam in december een fractie af tot 57,0. Een stand boven 50 duidt op groei, daaronder op krimp.

Eerder op de dag werd duidelijk dat het aantal eerste aanvragen voor een werkloosheidsuitkering vorige week met 2000 daalde tot 339.000, het laagste aantal in een maand. Economen rekenden in doorsnee op 344.000 aanvragen.

Olieprijzen

De gunstige cijfers over de Amerikaanse economie drukten de olieprijzen, voor de derde handelsdag op rij, omdat de Federal Reserve naar verwachting door zal gaan met het afbouwen van steun. De prijs van Amerikaanse olie daalde 3 procent tot 95,49 dollar per vat. Brentolie werd 2,8 procent goedkoper op 107,69 dollar.

De euro was 1,3665 dollar waard, tegen 1,3672 dollar bij het slot van de Europese beurzen.