De effectenbeurzen op Wall Street zijn vrijdag met lichte verliezen het weekeinde ingegaan. 

Daarin staat een belangrijke stemming op de agenda over het Amerikaanse schuldenplafond. Als dat niet wordt verhoogd zullen veel niet-essentiële overheidsdiensten binnenkort stil komen te liggen, met mogelijk grote economische gevolgen.

De toonaangevende Dow-Jonesindex eindigde 0,5 procent lager op 15.258,24 punten. De breder samengestelde S&P 500 ging 0,4 procent omlaag naar een slotstand van 1691,75 punten. De technologiegraadmeter Nasdaq daalde 0,2 procent tot 3781,59 punten.

De Democraten in de Senaat zetten de discussie over het schuldenplafond vrijdag op scherp door een wetsvoorstel naar het Huis van Afgevaardigden te sturen waarin de leenruimte van de overheid tijdelijk wordt verruimd, zonder dat aan de belangrijkste eis van de Republikeinen wordt voldaan.

Die willen dat een door president Barack Obama voorgestelde hervorming van het stelsel van zorgverzekeringen komt te vervallen.

Consumenten

Voorbeurs bleek dat de consumentenuitgaven in de Verenigde Staten in augustus zoals verwacht met 0,3 procent zijn gestegen. Kort na de opening werd ook bekend dat het consumentenvertrouwen, volgens een meting van de universiteit van Michigan, deze maand minder sterk is gedaald dan aanvankelijk werd gedacht.

Nike, dat sinds kort tot de hoofdfondsen behoort op Wall Street, steeg 4,7 procent en was daarmee de grootste winnaar in de Dow. De sportkledingfabrikant kwam donderdagavond nabeurs met beter dan verwachte winstcijfers over het afgelopen kwartaal.

Technologieconcern Microsoft was eveneens in trek, met een koerswinst van 1,6 procent. Andere technologiefondsen zoals fabrikant van netwerkapparatuur Cisco Systems, chipmaker Intel en computerfabrikant IBM, waren juist onderin de Dow terug te vinden met verliezen tot 1,8 procent.

De euro was 1,3520 dollar waard, tegen 1,3540 dollar aan het einde van de Europese beurshandel eerder op de dag. Een vat Amerikaanse ruwe olie van 159 liter bracht op de termijnmarkt 102,64 dollar op, een vat Brentolie 108,35 dollar. Dat betekent een daling van respectievelijk 0,4 en 0,8 procent.