Beleggers op Wall Street maakten zich woensdag opnieuw zorgen over de financiële positie van de Amerikaanse overheid en over het steunbeleid van de Federal Reserve. 

Een cijfer over de verkoop van nieuwe woningen toonde bovendien aan dat de oplopende hypotheekrente het herstel van de huizenmarkt in de weg begint te staan.

De Dow-Jonesindex sloot 0,4 procent lager op 15.273,26 punten. De S&P 500-index, die de voorgaande vier handelssessies met verlies afsloot, daalde 0,3 procent tot 1692,77 punten en de door technologiefondsen gedomineerde Nasdaq verloor 0,2 procent tot 3761,09 punten.

Na een half uur handelen werd bekendgemaakt dat de verkoop van nieuwe woningen in augustus met 7,9 procent steeg tot 412.000 huizen op jaarbasis, na een daling van 14,1 procent in juli. Het gedeeltelijke herstel had wel een positief effect op huizenbouwers als D.R. Horton, dat 0,6 procent steeg.

Naar verwachting wordt volgende maand de wettelijk vastgelegde schuldenlimiet van 16,7 biljoen dollar bereikt. Als de regering na het bereiken van dat plafond nog geld wil lenen om aan haar bestaande betalingsverplichtingen te voldoen, is daarvoor toestemming nodig van het Congres. Het is al de derde keer sinds Barack Obama in 2009 het Witte Huis betrok dat onenigheid over het begrotingsbeleid de Verenigde Staten lam dreigen te leggen.

''De manier waarop de markt zich gedraagt, impliceert dat beleggers erop rekenen dat de schuldenkwestie op het allerlaatste moment wordt opgelost'', aldus een beleggingsstrateeg.

Wal-Mart (min 1,5 procent), 's werelds grootste detailhandelaar, zette de beurzen onder druk door orders bij zijn toeleveranciers te schrappen voor het huidige en het komende kwartaal. Het bedrijf kampt met flink aanzwellende voorraden onverkocht product. Kledingketen JC Penney kelderde 15 procent nadat Goldman Sachs in een analistenrapport had gesteld dat de liquide middelen bij de onderneming beperkt zullen zijn dit kwartaal.

De euro was 1,3526 dollar waard, een fractie minder dan de 1,3528 dollar bij het slot van de Europese beurzen. De prijs van Amerikaanse olie liep lange tijd op, maar daalde na een onverwachte toename van de Amerikaanse voorraden 0,8 procent tot 102,31 dollar per vat. Brentolie zakte 0,6 procent tot 107,97 dollar.