De toenemende kans op een militaire interventie in Syrië trok dinsdag een zware wissel op de Europese beurzen.

Koersen gingen over een breed front omlaag uit vrees voor de mogelijke gevolgen van een escalatie van het conflict in het Midden-Oosten.

In Amsterdam sloot de AEX-index met een verlies van 2,3 procent op 364,87 punten. De Midkap zakte 2,1 procent tot 536,60 punten. In Frankfurt en Parijs leverden de toonaangevende graadmeters respectievelijk 2,3 en 2,4 procent in. De FTSE-index in Londen hield de schade relatief beperkt met een min van 0,8 procent.

De spanningen in het Midden-Oosten zorgden voor een flinke stijging van de olieprijzen. Amerikaanse olie was met 108,95 dollar per vat bijna 3 procent duurder dan aan het begin van de dag, de prijs van Brentolie liep ook met circa 3 procent op, tot 114 dollar per vat. Grootverbruiker van olie Air France-KLM stond onderaan de AEX-index met een min 5,4 procent. Pakketververvoerder TNT Express leverde 3,4 procent in.

Shell

De verliezen beperkten zich echter allerminst tot de transporteurs. Op olieconcern Shell (plus 0,6 procent) na eindigden alle 25 fondsen uit de hoofdindex in het rood. Zo leverde ING ruim 5 procent in en werd PostNL 4 procent minder waard. Imtech zakte bijna 2 procent. De geplaagde technisch dienstverlener openbaarde voorbeurs een verlies van 231 miljoen euro over de eerste helft van dit jaar.

In de MidKap waren geen stijgers te bekennen. BAM was wederom de grootste verliezer met een min van bijna 8 procent. Analisten van ING verlaagden het advies voor het bouwbedrijf na de "erg zwakke set" aan tweedekwartaalcijfers die BAM vorige week presenteerde. Navigatiebedrijf TomTom, dat in de afgelopen dagen enkele opmerkelijke koerssprongen liet zien, volgde met een verlies van ruim 5 procent.

Zwakke indruk

Naast alle onzekerheid over Syrië waren er ook positieve berichten over de Europese en Amerikaanse economie. Zo bleek het vertrouwen van Duitse ondernemers deze maand te zijn gestegen tot het hoogste niveau sinds april 2012, terwijl ook het optimisme onder Amerikaanse consumenten onverwacht toenam. Veel indruk maakten deze cijfers echter niet op de handel.

De euro was dinsdagmiddag 1,3390 dollar waard, tegen 1,3371 dollar bij het slot van de Europese beurzen op maandag.