De onzekere vooruitzichten van de Nederlandse economie hebben er de afgelopen maanden voor gezorgd dat Nederland steeds meer rente moet betalen over zijn staatsleningen.

Maandag kwam daarbij voorlopig een einde aan de periode waarin investeerders bereid waren geld toe te leggen op korte leningen aan de Nederlandse overheid.

De Staat leende maandag 2,2 miljard euro voor 3 maanden, tegen een rente van exact 0 procent. Sinds juni vorig jaar lag de rente op deze leningen, met uitzondering van eind februari dit jaar, steevast iets lager dan 0 procent. Dat betekent dat beleggers geld toelegden op hun leningen, in plaats van dat zij rente ontvingen van de overheid.

Nederland leende ook bijna 1,1 miljard euro voor 7 maanden, tegen 0,02 procent rente. Het rendement op deze obligaties lag sinds juni vorig jaar ook geruime tijd lager dan 0 procent. Bij de vorige vergelijkbare veiling van staatsleningen stond de 7-maandsrente op 0,01 procent.

AAA

De Nederlandse rente is de afgelopen maanden sterker gestegen dan die van andere eurolanden met de hoogste kredietstatus (AAA). Het verschil tussen de 10-jaarsrente van Nederland en die van het lager ingeschaalde Frankrijk is daardoor met twee derde verkleind sinds het eind van vorig jaar.

Het gat met de Duitse obligaties, die als zeer veilig gelden en daardoor de laagste rente bieden binnen de eurozone, is juist verdubbeld.

Volgens vermogensbeheerder Pimco is het ''duidelijk'' dat er een hoger risico is verbonden aan Nederlandse staatsleningen dan voorheen. Volgens obligatiedeskundige Ben Emons zou de Nederlandse rente kunnen oplopen tot het peil van Frankrijk als een van de belangrijke kredietbeoordelaars de rating voor Nederland verlaagt.

Alle drie de toonaangevende ratingbureaus hebben sinds begin vorig jaar aangegeven dat de kans op een verlaagde kredietstatus is gegroeid.

De rente op Nederlandse leningen voor 10 jaar stond maandag aan het begin van de middag op 2,05 procent. Het rendement op vergelijkbare Franse obligaties was 2,21 procent, terwijl de Duitse rente op 1,65 procent stond.