De aandelenbeurzen in Europa zijn woensdag met verlies gesloten.

De nieuwe onrust in de eurozone, aangewakkerd door de politieke crisis in Portugal, en tegenvallende economische cijfers uit China zetten de seinen voor beleggers op rood.

In Amsterdam eindigde de AEX-index 0,6 procent lager op 345,82 punten. De Midkap sloot 0,1 procent in de plus op 530,45 punten. In Londen, Parijs en Frankfurt liepen de verliezen op tot tussen 1 en 1,2 procent.

De regeringscrisis in Portugal zette de beurs in Lissabon ruim 5 procent in de min. Daarnaast steeg de rente op 10-jarige Portugese staatsobligaties tot het hoogste niveau sinds november vorig jaar.

De politieke toekomst van het land, dat financieel overeind wordt gehouden met Europese hulpleningen, is onzeker doordat in de afgelopen dagen al twee ministers hun ontslag hebben ingediend.

China

De stemming op de beurzen werd ook gedrukt door het bericht dat de groei van de dienstensector in China in juni is afgezwakt naar het traagste tempo in 9 maanden.

De banken Barclays, Deutsche Bank en Credit Suisse verloren tussen 1 en 2,5 procent. Kredietbeoordelaar Standard & Poor's (S&P) heeft de ratings van de drie grote Europese banken verlaagd.

De rating van de Zwitserse bank UBS bleef onveranderd. Het aandeel zakte desondanks bijna 1 procent. De vier banken krijgen volgens S&P van alle Europese banken het meest te maken met nieuwe wereldwijde regels voor de kapitaalmarkten.

ING

In de AEX hoorde ING bij de grootste verliezers met een min van 2,2 procent. Alleen het aandeel Imtech boekte een groter verlies met een min van bijna 3 procent. Telecomconcern KPN was de sterkste stijger met een plus van 2,3 procent.

In de Midkap stond Corbion, het voormalige CSM, bovenaan met een plus van 4,3 procent. Het bedrijf heeft de verkoop van de divisie voor bakkerij-ingrediënten Bakery Supplies voor circa 1 miljard euro aan investeringsmaatschappij Rhône Capital afgerond.

Euro

De euro was 1,3010 dollar waard, tegen 1,3025 dollar bij het slot van de Europese beurshandel op dinsdag.

De onrust in Egypte dreef de olieprijs op. De prijs van Amerikaanse olie klom bijna 2 procent tot 101,41 dollar per vat en noteerde daarmee voor het eerst in 9 maanden boven de 100 dollar. Brentolie werd 1,6 procent duurder, op 105,70 dollar.