De aandelenbeurzen op Wall Street stonden vrijdag overwegend op een klein verlies. Beleggers proberen hun strategie te bepalen, nu de aantrekkende economie het einde van het stimuleringsbeleid van de Federal Reserve mogelijk dichterbij brengt.

Een bestuurswissel bij Procter & Gamble hield de verliezen van de hoofdgraadmeters beperkt.

Ruim een half uur voor het slot stond de Dow-Jonesindex nagenoeg onveranderd op 15.294 punten. De S&P 500 zakte 0,1 procent tot 1648 punten. De breed samengestelde index ligt daarmee op koers voor het eerste weekverlies in ruim een maand tijd. Technologiegraadmeter Nasdaq daalde 0,2 procent tot 3453 punten.

Voorbeurs bleek dat de orders voor duurzame goederen in de VS in april sterker zijn gestegen dan verwacht. Economen concludeerden daarop dat de investeringsbereidheid onder bedrijven toeneemt, waardoor ook de vooruitzichten op verdere economische groei verbeteren.

Die verbetering maakt beleggers voorzichtig, omdat het economisch herstel een einde kan maken aan het ruime monetaire beleid van de Fed. Dat beleid is een van de belangrijkste pijlers onder de opmars van de aandelenbeurzen van de afgelopen maanden.

Procter & Gamble

De terugkeer van oud-topman Alan George Lafley als hoogste baas bij Procter & Gamble werd enthousiast ontvangen. Lafley, die van 2000 tot 2009 al de leiding had van het moederbedrijf van merken als Ariel, Duracell, Gillette, Pampers en Oral B, vervangt Bob McDonald. Procter & Gamble voerde de Dow Jones aan met een winst van bijna 4 procent.

Een winstwaarschuwing kostte kledingwinkelketen Abercrombie & Fitch bijna 8 procent van zijn beurswaarde. Dankzij kostenbesparingen wist het bedrijf zijn verlies in het eerste kwartaal terug te dringen ten opzichte van de eerste maanden van 2012. Het schaalde de verwachte winst voor heel 2013 echter terug.

Ook kledingketen Gap ging onderuit na tegenvallende uitspraken over de winst dit jaar. Het bedrijf hield vast aan zijn eerdere voorspelling, terwijl analisten rekenden op meer optimisme. Het aandeel Gap zakte bijna 2 procent.

De prijs van Amerikaanse olie zakte 0,3 procent tot 93,96 dollar. De euro was vrijdagavond 1,2935 dollar waard, tegen 1,2920 dollar bij het slot van de Europese beurzen eerder op de dag.