De Europese Commissie onderzoekt of de Spaanse staatssteun aan een nieuwe fabriek van Ford door de beugel kan.

Door de bouw wordt de Europese productiecapaciteit van auto's wellicht te veel uitgebreid, terwijl de Europese automarkt juist krimpt. Spanje kondigde vorig jaar aan 25 miljoen euro te willen steken in de fabriek, die in totaal 420 miljoen euro kost.

Ford wil in Valencia een nieuw model van de Ford Transit gaan bouwen. Spanje wil de nieuwe fabriek steunen, omdat de werkloosheid in de regio hoog is. In de regio liep de werkloosheid in het eerste kwartaal op tot bijna dertig procent. Valencia heeft 728 duizend werklozen, tegenover 1,7 miljoen mensen met een baan.

De Europese mededingingswaakhond stelt echter dat de automarkt krimpt en dat de nieuwe fabriek, afhankelijk van de rekenmethode, mogelijk meer dan de maximaal toegestane vijf procent extra capaciteit toevoegt aan de markt.

Krimp

De Spaanse markt voor nieuwe auto's kromp in het eerste kwartaal met 11,5 procent, meldde de Europese branchevereniging van autoproducenten ACEA eerder al. In de Europese Unie als geheel daalde de markt met 9,8 procent tot drie miljoen exemplaren.

Ford kampt met een dalend marktaandeel in Europa. Het bedrijf verkocht in het eerste kwartaal 219 duizend auto's, twintig procent minder dan een jaar eerder. Het marktaandeel daalde in die periode van 8,3 procent tot 7,3 procent, meldde ACEA.

Staatssteun

Sinds de start van de kredietcrisis kreeg Ford al 214 miljoen euro aan staatssteun in Europa. 75 miljoen daarvan was voor de Spaanse activiteiten van Ford.

De Europese Commissie gaat onderzoeken of de staatssteun inderdaad leidt tot te veel nieuwe capaciteit. Als dat het geval is, komt er een uitgebreider onderzoek.