Drie ex-directeuren van de voormalige Britse bank HBOS, moederbedrijf van onder meer Bank of Scotland, mogen nooit meer een bedrijf leiden, in welke sector dan ook.

Dat is in ieder geval de inzet van Vince Cable, de Britse minister van Handel, zo meldt de Financial Times zondag. 

Het verbannen van de drie mannen uit managementfuncties is slechts één van de sancties die Cable in gedachten heeft, na het lezen van het rapport van de parlementscommissie die het instorten en de daarop volgende nationalisatie van de bank onderzocht.

Cable wil de ex-directeuren Lord Stevenson, James Crosby en Andy Hornby straffen voor hun aandeel in de ineenstorting van de bank in 2008, waarbij aandeelhouders nagenoeg al hun geld kwijtraakten en de Britse belastingbetalers moesten bijspringen met 20,5 miljard pond.

Risico

In het rapport concluderen de onderzoekers dat HBOS willens en wetens veel te veel risico nam en dat dit beleid de algemene strategie was vanaf 2001.

Dat was het jaar dat Bank of Scotland en de bank Halifax fuseerden en Crosby en Stevenson aan het het roer kwamen van de nieuw gevormde bank HBOS, die daarmee de vierde bank van het Verenigd Koninkrijk was geworden.

Toen Andy Hornby in 2006 het stokje als CEO van James Crosby overnam, veranderde de bank niet van koers.

Arrogant

"Bij de bank heerste een arrogante cultuur. Men dacht dat alleen HBOS de wetten van markt begreep en dat de concurrenten er geen kaas van hadden gegeten", zo staat er in het rapport.

In 2009 ging HBOS samen met Lloyds op in de Lloyds Banking Group. Sindsdien zijn er bij de groep tienduizenden mensen ontslagen. De bank is nog voor 39 procent in handen van de staat.