Toenemende onrust in de eurozone heeft woensdag gezorgd voor een behoorlijke stijging van de rente op Italiaanse en Spaanse staatsleningen. 

Ook de waarde van de euro kreeg een knauw, terwijl de veilig geachte Duitse obligaties weer volop in trek waren.

Beleggers reageerden onder meer op de aanhoudende politieke onzekerheid in Italië. Informateur Pier Luigi Bersani, de leider van de centrumlinkse alliantie, sloot daar de vorming van een brede coalitie uit. Daarnaast viel de animo bij een veiling van nieuwe Italiaanse leningen tegen.

De rente op 10-jarige Italiaanse leningen stond woensdagmiddag op 4,73 procent, tegen 4,55 procent op dinsdag. De Spaanse rente klom van 4,9 naar iets meer dan 5 procent.

Duitse obligaties

Beleggers zochten zoals zo vaak in de huidige crisis vooral beschutting in Duitse obligaties. Het rendement op 10-jarige Bunds zakte daardoor van 1,34 naar 1,27 procent. De Nederlandse rente ging van 1,8 naar 1,75 procent.

De euro stond aan het einde van de middag op 1,2770 dollar. Daarmee was de Europese munt voor het eerst sinds november vorig jaar minder dan 1,28 dollar waard.

Euro

Maandag steeg de euro nog tot ruim 1,30 dollar nadat de eurolanden een akkoord hadden bereikt over de financiële reddingsoperatie voor Cyprus. Het positieve gevoel daarover heeft de afgelopen dagen echter plaatsgemaakt voor de zorgen over de zeer moeilijke economische en politieke situatie in Italië en Spanje.

Ook de manier waarop de deal met Cyprus tot stand kwam en is uitgelegd, heeft het vertrouwen van beleggers in de euro en de toekomst van de zwakkere landen in de muntunie geen goed gedaan.