De zorgen over de Europese schuldencrisis keerden woensdag voorzichtig terug op Wall Street.

Vooral de aanhoudende politieke impasse in Italië maakte beleggers nerveus en zorgde ervoor dat de winsten die dinsdag werden geboekt geen vervolg kregen.

De Dow-Jonesindex van 30 toonaangevende fondsen sloot 0,2 procent lager op 14.526,16 punten.

De S&P 500 ging 0,1 procent omlaag tot 1562,85 punten. De breed opgezette index eindigde daarmee opnieuw een fractie onder de hoogste slotstand ooit. Technologiegraadmeter Nasdaq klom 0,1 procent tot 3256,52 punten.

Cyprus

De aanvankelijke verliezen op Wall Street liepen in de ochtendhandel terug, nadat er meer duidelijkheid was gekomen over de manier waarop de Cypriotische regering een bankrun wil voorkomen als de banken op het eiland donderdag weer opengaan.

Zo kunnen klanten van Cypriotische banken dan nog altijd maar 300 euro per dag van hun rekening halen en worden de overboekingen naar het buitenland sterk ingeperkt.

Huizenmarkt

Op het economische vlak bleek voorbeurs dat de voorlopige verkoop van huizen in de VS in februari licht is gedaald. Die daling volgt echter op een zeer sterke groei in januari en is volgens deskundigen geen reden voor nieuwe zorgen over de Amerikaanse huizenmarkt.

Onder meer bankaandelen stonden onder druk. JPMorgan Chase stond onderaan de Dow Jones met een min van 1,8 procent. Citigroup leverde bijna 1 procent van zijn beurswaarde in. Apple zakte 2 procent, nadat analisten hadden voorspeld dat het technologieconcern zijn winstdoelstelling niet zal halen.

De producent van ijzererts Cliffs Natural Resources kelderde bijna 14 procent. Analisten van JPMorgan adviseerden klanten hun aandelen in de grootste ijzerertsproducent van de Verenigde Staten in de verkoop te doen. De winst van het concern zou onder druk staan door het groeiende aanbod van ijzererts.

Euro

De euro werd woensdag behoorlijk geraakt door alle zorgen over de Europese muntunie. De Europese munt was woensdagavond, evenals bij het slot van de Europese beurzen eerder op de dag, 1,2775 dollar waard en stond daarmee voor het eerst sinds eind november vorig jaar lager dan 1,28 dollar.

De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg 0,2 procent tot 96,52 dollar. Brentolie was met 109,80 dollar per vat 0,4 procent duurder dan aan het begin van de dag.