Een BP-topman heeft tegen een Amerikaanse rechtbank gezegd dat zijn bedrijf niet volledig verantwoordelijk was voor de olieramp bij de Golf van Mexico.

Volgens topman Lamar McKay hebben de aannemers Transocean en Halliburton ook schuld aan de explosie en het daarop volgende olielek. Dat meldt de BBC.

Het Britse oliebedrijf hangt een grote boete boven het hoofd. Als de rechter oordeelt dat BP nalatig is geweest, kan de boete oplopen tot 17,6 miljard dollar (ongeveer 13,4 miljard euro).

Het boorplatform Deep Horizon waar de explosie plaatsvond, was in eigendom van Transocean. Het cement dat gebruikt werd om de bron af te sluiten, kwam van Halliburton. 

Gedeelde verantwoordelijkheid

"Ik denk dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is, om de veiligheid en risico's te waarborgen", zei McKay in de rechtbank. "Soms beheren aannemers dat risico en soms doen wij dat. Meestal is het een gezamenlijke inzet."

Een Amerikaanse ingenieur die als deskundige werd gehoord, zegt dat de ramp een direct gevolg was van "slecht beheer" en kostenbesparingen bij BP. De ingenieur werkte eerder als veiligheidsadviseur voor BP. 

Volgens een advocaat van de aanklagers vond BP winst maken belangrijker dan veiligheid. Verder zegt hij dat de veiligheidsadviseur van Transocean niet goed was opgeleid. Die zou maar een cursus van drie dagen hebben gehad. Ook beaamt de advocaat dat het cement van Halliburton niet goed genoeg was.

In de rechtszaak moet duidelijk worden wat de oorzaken van de olieramp waren, zodat aansprakelijkheid van de betrokken partijen vastgesteld kan worden. Het proces kan maanden duren. 

BP al veel geld kwijt

BP heeft de Amerikaanse overheid eerder al zo'n 4 miljard dollar betaald. Daarnaast schikte de oliegigant met gedupeerde burgers en bedrijven voor 7,8 miljard dollar.

In het voorjaar van 2010 was er een explosie op een boorplatform in de Golf van Mexico. Bij de explosie kwamen elf mensen om. Daarna lekte er zo'n 700 miljoen liter olie de zee in met een enorme milieuramp tot gevolg.