De aandelenbeurzen in New York zijn dinsdag enigszins hersteld van de flinke verliezen een dag eerder, toen er schrik was over de uitslag van de Italiaanse verkiezingen door de politieke impasse die lijkt te zijn ontstaan. Dinsdag lieten de beurzen in Europa in reactie ook forse dalingen zien.

De handel in New York kreeg echter steun van goede cijfers over de Amerikaanse economie en de geruststelling van centralebankpresident Ben Bernanke dat de Federal Reserve voorlopig niet gaat stoppen met zijn steunprogramma's.

De Dow-Jonesindex noteerde aan het einde van de handel 0,8 procent hoger op 13.900,13 punten. De breed samengestelde S&P 500 won 0,6 procent tot 1496,94 punten en de technologiebeurs Nasdaq steeg 0,4 procent tot 3129,65 punten.

De verkoop van nieuwe woningen in de Verenigde Staten steeg in januari tot het hoogste punt sinds juli 2008. Ook gingen de huizenprijzen in de 20 grootste steden van de VS flink omhoog. Verder werd bekend dat het Amerikaanse consumentenvertrouwen in februari sterker is gestegen dan economen vooraf hadden voorspeld.

Fed

Bernanke sprak dinsdag in het Amerikaanse Congres zijn steun uit voor de stimuleringsprogramma's van de Fed en gaf aan alleen te zullen stoppen als de arbeidsmarkt fors is verbeterd. Daarmee weerlegde hij berichten dat de Fed wel eens voortijdig zou kunnen stoppen met het steunbeleid.

Wel waarschuwde hij Amerikaanse politici voor het gevaar van de automatische bezuinigingen die vanaf 1 maart dreigen in te gaan als er geen compromis wordt bereikt in Washington.

Aan het bedrijvenfront opende Home Depot de boeken over het afgelopen kwartaal. De Amerikaanse doe-het-zelfketen behaalde in het vierde kwartaal van 2012 meer winst dan analisten hadden verwacht.

Het concern profiteerde van een sterk herstel op de huizenmarkt en van de grote schade die orkaan Sandy in oktober aanrichtte. Ook keert Home Depot meer dividend uit en gaat het bedrijf voor 17 miljard dollar aan eigen aandelen inkopen. Het fonds steeg 5,7 procent.

De euro ging sinds maandag flink omlaag en was 1,3058 dollar waard, tegen 1,3062 dollar bij sluiting van de Europese aandelenmarkten. De prijs van Amerikaanse olie zakte 0,6 procent tot 92,58 dollar per vat.