Italië heeft dinsdag een aanzienlijke hogere rente moeten bieden om korte staatsleningen aan de man te brengen dan bij de vorige vergelijkbare veiling. 

Beleggers eisten een hogere vergoeding op hun leningen met het oog op de onzekere politieke en economische toekomst van het land.

Italië leende 8,75 miljard euro voor 6 maanden tegen een gemiddelde rente van 1,24 procent. In januari namen beleggers bij vergelijkbare leningen genoegen met een rendement van 0,73 procent.

Eerder op de dag liep ook de rente op reeds uitgegeven Italiaanse obligaties stevig op. Even na 11.00 uur stond het rendement op Italiaanse 10-jaarsobligaties op 4,8 procent, tegen circa 4,5 procent op maandag.

Het rendement en de waarde van een obligatie bewegen tegengesteld. Een stijgende rente wijst op een dalende waarde en geeft aan dat het vertrouwen van beleggers in de betreffende leningen afneemt.

Beleggers trekken hun geld weg uit Italië en zetten het elders weg, zo investeren ze bijvoorbeeld in leningen van andere landen.

Onzekerheid

Afgelopen jaar wist interim-premier Mario Monti een groot deel van de onzekerheid weg te nemen met economische hervormingen en omvangrijke bezuinigingen.

Daardoor daalde de rente op Italiaanse obligaties fors ten opzichte van de piek van ruim 7,2 procent die eind november 2011 in de laatste dagen van het regime van Silvio Berlusconi werd bereikt.

Beleggers zochten hun toevlucht dinsdag als vanouds in obligaties van de sterker geachte eurolanden. De rente op Duitse 10-jaarsobligaties zakte daardoor van 1,56 naar 1,48 procent.

De vergelijkbare Nederlandse rente ging van 1,78 naar 1,73 procent. Het rendement op Spaanse obligaties steeg een fractie tot 5,2 procent.

Alles over de schuldencrisis