WASHINGTON - Het Britse olieconcern BP wordt tijdelijk uitgesloten van het meedingen naar overheidscontracten in de Verenigde Staten. Dat maakte de Amerikaanse milieutoezichthouder EPA woensdag bekend zonder een termijn aan te geven.

EPA, voluit de Environmental Protection Agency, heeft de stap genomen ,,vanwege BP's gebrek aan bedrijfsintegriteit'' rond de ramp met het boorplatform Deepwater Horizon in april 2010. BP mag pas weer zaken met de Amerikaanse regering doen als het bedrijf aan alle geldende normen voldoet, aldus EPA.

Uitsluiting is volgens de toezichthouder een standaardprocedure wanneer er vragen rijzen naar aanleiding van ontwikkelingen in een strafzaak.

BP betaalde op 15 november 4,5 miljard dollar aan boetes voor de ramp en bekende schuld aan 11 aanklachten wegens misdrijven, wangedrag en nalatigheid in verband met de dood van 11 werknemers op het platform.

Deepwater Horizon

Op 20 april 2010 vond een explosie plaats op de Deepwater Horizon, dat twee dagen later zonk. Daarbij raakten de pijpleidingen naar het onderliggende veld zo beschadigd, dat er miljoenen liters ruwe olie in zee stroomden. Dat leidde tot de grootste natuurramp in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Sinds de ramp verkocht BP voor ongeveer 38 miljard dollar aan bezittingen om geld vrij te maken voor de kosten van de ramp. Eerder op woensdag stootte het concern nog wat eigendommen in de Noordzee af voor 1,1 miljard dollar.