NEW YORK - De beurzen in New York zijn woensdag lager gesloten. Beleggers waren teleurgesteld dat het Amerikaanse stelsel van centrale banken woensdag geen nieuwe maatregelen aankondigde om de economie te stimuleren.

De Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen sloot 0,3 procent (32,55 punten) lager op 12.976,13 punten. De breder samengestelde S&P 500 noteerde eveneens een verlies van 0,3 procent (3,99 punten) op 1375,33 punten. Technologiebeurs Nasdaq leverde 0,7 procent (19,31 punten) in tot 2920,21 punten.

De Federal Reserve hintte er deze keer iets explicieter op dan een maand geleden dat ze klaarstaat om in te grijpen als de economie verder verslechtert. De Fed zag de economie de afgelopen maand wat vertragen en is niet tevreden over het hoge werkloosheidspercentage van 8,2 procent.

Handelaren waren afgeleid door een storing in de handel, waardoor de handelsvolumes in een aantal aandelen sterk opliepen. Een computerfout bij handelshuis Knight Capital was de boosdoener. De handel in zo'n 140 aandelen, waaronder GE en Alcoa, werd hierdoor beïnvloed en van sommige aandelen werd de handel stilgelegd.

Time Warner 

Time Warner opende voorbeurs de boeken over het afgelopen kwartaal. Het Amerikaanse mediaconcern, bekend van CNN, Warner Brothers en HBO, realiseerde in het tweede kwartaal minder winst en omzet dan een jaar eerder. Het concern bevestigde wel zijn prognoses voor heel 2012. Het aandeel won 1,2 procent.

Facebook ging woensdag verder omlaag, nadat het dinsdag al het laagste punt had bereikt sinds de beursgang in mei. Investeerders twijfelen nog steeds aan het verdienmodel van het sociale netwerk. Het aandeel leverde 3,8 procent in.

Macro-economisch nieuws verdween naar de achtergrond door de computerproblemen en de Fed. Voorbeurs werd bekendgemaakt dat het aantal banen in het Amerikaanse bedrijfsleven in juli sterker dan verwacht is toegenomen. Het banenrapport van loonstrookverwerker ADP vormt een vooruitblik op het officiële banencijfer van de Amerikaanse overheid, dat vrijdag volgt.

Bouwuitgaven

De bedrijvigheid in de Amerikaanse industrie kromp in juli opnieuw, terwijl economen hadden gerekend op een lichte expansie. De bouwuitgaven stegen zoals verwacht met 0,4 procent in juni.

De euro noteerde een stand van 1,2225 dollar, ten opzichte van 1,2300 dollar rond het slot van de Europese beurzen. De Amerikaanse olieprijs steeg 0,8 procent tot 88,78 dollar per vat. Brentolie won 0,6 procent tot 105,52 dollar per vat.