NEW YORK - De beurzen in New York gingen maandag stevig onderuit. Aanvragen voor noodsteun uit Spanje en Cyprus maakten beleggers opnieuw huiverig voor de gevolgen van de Europese schuldencrisis.

De verwachtingen voor de EU-top later deze week zijn daarbij niet erg hooggespannen.

De Dow-Jonesindex van 30 toonaangevende fondsen eindigde 1,1 procent lager op 12.502,66 punten. De brede S&P 500 zakte 1,6 procent tot 1313,72 punten. Technologiegraadmeter Nasdaq leverde 2 procent in bij een stand van 2836,16 punten.

De aanhoudende schuldencrisis eiste aan het begin van de week opnieuw de hoofdrol op. Spanje vroeg maandag officieel de steun aan voor zijn zwakke banken, die volgens mediaberichten later op de avond nog een afwaardering van kredietbeoordelaar Moody's over zich heen zouden krijgen. Daarnaast klopte ook Cyprus bij Europa aan voor een vooralsnog onbekend bedrag aan noodsteun.

Van de EU-top later deze week wordt weinig verwacht. De Duitse bondskanselier Angela Merkel heeft al meerdere keren laten weten dat er geen wondermiddelen bestaan om de crisis op te lossen. Maatregelen die op korte termijn voor opluchting kunnen zorgen op de markten, zoals een meer flexibele inzet van de noodfondsen om banken direct te ondersteunen, wijst ze voorlopig van de hand.

De onzekerheid woog zwaar op financiële fondsen. In de Dow stond bankconcern Citigroup onderaan met een min van ruim 4 procent. JPMorgan Chase leverde bijna 2 procent in.

De prijs van een vat Amerikaanse olie zakte ondanks productieonderbrekingen in de Golf van Mexico met 0,5 procent tot 79,34 dollar. Olieconcerns Exxon Mobil, Chevron en ConocoPhillips zakten circa 1 procent.

De Amerikaanse gasproducent Chesapeake werd 8,5 procent minder waard. Het concern zou met een Canadese branchegenoot hebben samengespannen in een poging de kosten voor de verwerving van energieprojecten laag te houden.

De euro was maandagavond 1,2505 dollar waard, tegen 1,2485 dollar aan het slot van de Europese beurshandel eerder op de dag.