AMSTERDAM - De massale afwaardering van de grootste internationale banken die kredietbeoordelaar Moody's donderdag heeft doorgevoerd, is slecht gevallen bij betrokken banken.

Moody's kijkt alleen naar het verleden en heeft geen oog voor veranderingen die zijn doorgevoerd, stelden Citigroup en Royal Bank of Scotland (RBS).

Moody's verlaagde donderdag de rating van 15 van de grootste internationale banken vanwege de grote risico's die zijn verbonden aan de Europese schuldencrisis en de risico's die de banken lopen op de kapitaalmarkt.

Naast RBS en Citigroup werden ook andere grote Britse en Amerikaanse banken teruggezet, net als de grootste banken van Frankrijk, Duitsland en Zwitserland.

Duurder lenen

De lagere kredietwaardigheid maakt het voor de banken waarschijnlijk duurder om geld te lenen. RBS verwacht door het besluit van Moody's 9 miljard pond extra aan kapitaal achter de hand te moeten houden.

Moody's deelde de multinationals donderdag in drie groepen in. Citigroup en RBS werden daarbij samen met Bank of America en Morgan Stanley in de zwakste groep gezet. Deze banken hebben volgens de kredietbeoordelaar kleinere buffers, terwijl er grotere risico's zijn dan bij de andere banken.

De veranderingen die de banken de afgelopen tijd hebben doorgevoerd, moeten zich volgens Moody's nog bewijzen.

Zwaarste afwaardering

Crédit Suisse kreeg donderdag de zwaarste afwaardering te verwerken. De Zwitserse bank werd als enige bank met drie stappen teruggezet, van Aa1 naar A1. Het bedrijf benadrukte in een reactie echter dat het nog altijd een van de hoogst gewaardeerde banken is in de groep waarmee het wordt vergeleken.

Moody's klasseerde Crédit Suise in de tweede groep, samen met onder meer Barclays, BNP Paribas, Deutsche Bank en UBS. De kopgroep werd gevormd door HSBC, Royal Bank of Canada en JPMorgan Chase.

Nederlandse banken

Een week eerder verlaagde Moody's ook al de rating van de vier grote Nederlandse banken, ABN AMRO, Rabobank, ING en SNS Bank.