NEW YORK - De aandelenbeurzen op Wall Street kwamen donderdag nauwelijks van hun plaats. De graadmeters openden met verlies vanwege tegenvallende macrocijfers, maar trokken zich later op aan geruchten dat het IMF met Spanje praat over noodsteun.

Een woordvoerder van het IMF en de Spaanse minister van Financiën ontkenden de verhalen, maar dat had nauwelijks effect.

De Dow-Jonesindex sloot 0,2 procent lager op 12.393,45 punten. De S&P 500-index daalde ook 0,2 procent en kwam daarmee op 1310,33 punten. De Nasdaq verloor 0,4 procent tot 2827,34 punten.

Mei was een slechte maand voor Wall Street, vooral vanwege de voortslepende eurocrisis. De Dow verloor 6,2 procent ten opzichte van de slotstand op 30 april. De S&P 500 leverde 6,3 procent in en de Nasdaq verloor 7,2 procent.

Uit cijfers van loonstrookverwerker ADP bleek dat de werkgelegenheid in het Amerikaanse bedrijfsleven in mei minder sterk is toegenomen dan verwacht. Volgens ADP werden er in mei 133.000 banen gecreëerd, waar economen in doorsnee rekenden op de aanwas van 148.000 arbeidsplaatsen.

Het Amerikaanse ministerie van Handel maakte bekend dat de Amerikaanse economie in het eerste kwartaal met 1,9 procent is gegroeid, terwijl er bij een eerdere raming nog werd uitgegaan van 2,2 procent.

Ook bleek dat de economische activiteit rond de stad Chicago in een flink lager tempo is toegenomen dan verwacht. De inkoopmanagersindex van het Institute of Supply Management daalde van 56,2 in april tot 52,7 in mei. Economen rekende juist op een lichte toename tot 56,5.

Handelaren wezen op geruchten dat Spanje een lening tegemoet kan zien van het IMF als het land er niet in slaagt het noodlijdende Bankia te redden. Die bank vroeg Madrid vorige week om 19 miljard euro aan noodsteun. Dat geld moet de Spaanse overheid uit de markt zien te halen, terwijl de oplopende rente leningen steeds duurder maakt.

''Absolute nonsens'', zei de Spaanse minister van Financiën Luis de Guindos in een reactie op de geruchten.

Energiebedrijven behoorden tot de sterkste dalers. Beleggers zijn onzeker over het effect van de malaise in Europa op de groeivooruitzichten voor de sector. De prijs van een vat ruwe Amerikaanse olie daalde 1,5 procent tot 86,53 dollar. Brentolie werd 1,6 procent goedkoper op 101,86 dollar per vat. Schlumberger, dat onder meer olie- en gasvelden in kaart brengt, verloor 1,6 procent. Oliegigant ExxonMobil leverde 1,3 procent in.

De euro was 1,2360 dollar waard in vergelijking met 1,2351 dollar bij het slot van de Europese beurzen.