NEW YORK - Beleggers op Wall Street zaten dinsdag enigszins met Facebook in hun maag. De koers van de sociale netwerksite bereikte een nieuw dieptepunt en had daarmee een dempend effect op de positieve teneur.

Die positieve stemming was deels te danken aan een verschuiving in het Griekse electoraat ten faveure van pro-Europese politici.

De Dow-Jonesindex sloot 1 procent hoger op 12.580,69 punten. De S&P 500-index ging 1,1 procent vooruit en kwam daarmee op 1332,42 punten. De Nasdaq won 1,2 procent tot 2870,99 punten.

In het afgelopen weekeinde bleken de Griekse conservatieven in de peilingen een voorsprong te hebben geboekt ten opzichte van de radicaal-linkse partij Syriza, die fel tegen de bezuinigingen is. Beleggers in New York konden daar pas dinsdag op reageren omdat Wall Street maandag gesloten was vanwege Memorial Day.

Maatregelen

De conservatie Nieuwe Democratie steunt de maatregelen die de geldschieters van Griekenland hebben opgelegd. Winst bij de verkiezingen op 17 juni van pro-Europa partijen zou betekenen dat Griekenland in de eurozone kan blijven.

''Beleggers hopen in toenemende mate dat de conservatieven winnen. Dat is genoeg om ze aan te zetten tot het kopen van aandelen'', aldus een handelaar.

De handel kreeg daarnaast steun van berichten dat de Chinese overheid maatregelen neemt om de economie aan te jagen en van een positief signaal over de Amerikaanse huizenmarkt.

Huizenprijzen

Voor de handelsaanvang in New York werd bekendgemaakt dat de huizenprijzen in de twintig grootste Amerikaanse steden in maart met 2,6 procent daalden op jaarbasis. Dat was het geringste verval in meer dan een jaar.

Op maandbasis stegen de prijzen van eengezinswoningen voor de tweede maand op rij. Dat werd gezien als teken van stabilisatie van de woningmarkt.

Facebook

Facebook leverde 9,6 procent in en is inmiddels bijna een kwart minder waard dan de 38 dollar waarvoor het op 18 mei naar de beurs ging.

Volgens handelaren werd het koersverlies dinsdag veroorzaakt door geruchten dat Facebook overnamegesprekken zou voeren met het Noorse Opera Software. Door concurrentie van onder meer Google zou het prijskaartje van dat bedrijf kunnen worden opgestuwd tot meer dan 1 miljard dollar.

De euro was 1,2496 dollar waard in vergelijking met 1,2478 dollar bij het slot van de Europese beurzen. De prijs van een vat ruwe Amerikaanse olie daalde een fractie tot 90,82 dollar, Brentolie werd 0,4 procent goedkoper en kostte 106,71 dollar per vat.