AMSTERDAM - De waarde van de euro stond vrijdag opnieuw onder druk. De toenemende zorgen over de gevolgen van een mogelijk vertrek van Griekenland uit de eurozone drukten de Europese munt daarbij voor het eerst sinds begin juli 2010 onder de grens van 1,25 dollar.

De euro bereikte vrijdagmiddag een tussentijds dieptepunt van 1,2495 dollar. Vervolgens klom de munt weer enigszins op, tot 1,2525 dollar. Aan het begin van deze maand was de euro nog circa 1,32 dollar waard.

''Ondanks goede cijfers over het consumentenvertrouwen in Duitsland en Frankrijk vluchten beleggers naar veilige havens'', zei een valutahandelaar tegen persbureau AFP. ''Beleggers zien geen einde komen aan de onzekerheid.''

Veilige haven

Een van die veilige havens is de Duitse obligatiemarkt. Na een kleine stijging eerder op de dag, daalde het rendement op 10-jarige Duitse obligaties vrijdagmiddag naar 1,37 procent, tegen 1,4 procent op donderdag. Een lagere rente wijst op een hogere waarde van een obligatie en op een toename van het vertrouwen van beleggers in de betreffende staatsleningen.

Na een hoopvol begin van de dag eindigde de Spaanse rente fors hoger dan donderdag. In de ochtendhandel zakte het rendement op 10-jarige Spaanse leningen nog tot 6 procent. De grote zorgen over de financiële toekomst van Spanje zetten het rendement aan het einde van de middag echter op ruim 6,3 procent. Ook de Italiaanse rente steeg na een eerdere daling weer tot 5,8 procent.