NEW YORK - Wall Street trok zich maandag op aan berichten dat het noodfonds EFSF in december moet zijn opgerekt tot 1000 miljard euro (1 biljoen).

De situatie in Italië, waar druk gespeculeerd werd over het aftreden van premier Silvio Berlusconi, zorgde echter de hele handelssessie voor onrust.

De Dow-Jonesindex sloot 0,7 procent hoger op 12.068,39 punten. De S&P 500-index steeg 0,6 procent en kwam daarmee op 1261,12 punten. De Nasdaq ging 0,3 procent vooruit tot 2695,25 punten.

Persbureau Reuters wist de hand te leggen op documenten waaruit bleek dat de juridische en technische voorbereidingen om het EFSF te vergroten eind november moeten worden afgerond. Het noodfonds, dat nu 440 miljard euro kan uitlenen, is dan in december klaar voor gebruik.

Eurogroep

De eurogroep, het overlegorgaan van de ministers van Financiën van de eurozone, gaat advies inwinnen in de markt over de beste manier om het EFSF te gebruiken. Naar verluidt gaat de voorkeur uit naar een rol van het fonds als obligatieverzekeraar. Het EFSF staat dan garant voor een deel van nieuwe obligaties van zwakke eurolanden.

Berlusconi houdt vooralsnog met grote moeite een centrumrechtse coalitie overeind in de aanloop naar een stemronde in het Italiaanse parlement over economische hervormingen op dinsdag. De 75-jarige mediamagnaat verwees alle berichten over zijn aanstaande vertrek naar het rijk der fabelen, maar niet iedereen was overtuigd.

Oplopende rente

De zorgen over Italië werden geïllustreerd door de oplopende rente op de 10-jarige staatsobligaties van het land. Beleggers moesten over de streep getrokken worden om te investeren in het schuldpapier met een rente van 6,67 procent, de hoogste stand sinds 1997. Volgens marktkenners is een rente boven 7 procent onhoudbaar voor Italië.

''De bepalende factor voor de beurshandel vandaag is de vraag of Berlusconi wel of niet opstapt. Het is dus opnieuw de politiek die de markten in zijn greep houdt'', aldus een handelaar in New York. Vorige week werd gedomineerd door gesteggel in de Griekse politiek.

Financiële fondsen en grondstofgerelateerde bedrijven kregen de hardste tikken. Bank of America daalde 1,4 procent, aluminiumproducent Alcoa verloor 2 procent.