NEW YORK - Beleggers op de effectenbeurzen in New York deden het vrijdag rustig aan, na de sterke koerswinsten een dag eerder.

De graadmeters op Wall Street lieten donderdag stijgingen zien van circa 3 procent dankzij opluchting over het akkoord voor de aanpak van de Europese schuldencrisis.

De toonaangevende Dow-Jonesindex noteerde aan het einde van de handel een plus van 22,56 punten (0,2 procent) op 12.231,11 punten.

De breed samengestelde S&P 500 steeg 0,49 punten tot 1285,08 punten. De technologiebeurs Nasdaq ging 1,48 punten (0,1 procent) omlaag tot 2737,15 punten.

Deze maand is de S&P 500 al meer dan 13 procent gestegen. Daarmee ligt de graadmeter op koers voor de sterkste winst in een maand sinds oktober 1974.

Europees plan

Het enthousiasme over het Europese plan voor de schuldencrisis ebde vrijdag een beetje weg in Europa en New York. Er zijn twijfels of het wel voldoende is om de crisis te bezweren. Daarnaast moest Italië vrijdag een hogere rente bieden bij de veiling van staatsleningen, wat de moeilijke positie van het land op de geldmarkten verder onderstreepte.

Computer- en printerfabrikant Hewlett-Packard (HP) was een van de sterkste stijgers in de Dow. Het concern ziet onder leiding van de nieuwe topvrouw Meg Whitman af van de geplande afstoting van zijn computerdivisie. Het aandeel HP won 3,5 procent.

Whirlpool

Witgoedfabrikant Whirlpool moest een verlies slikken van 14,3 procent. Het bedrijf maakte bekend 5000 banen te schrappen in Europa en de Verenigde Staten vanwege de verslechterende economische omstandigheden.

Dat is circa 10 procent van het personeelsbestand in deze regio's. Daarnaast verlaagde Whirlpool zijn winstverwachting voor 2011 met wel 36 procent.

Een cijfer over de gestegen Amerikaanse consumentenbestedingen had amper invloed op beleggers. Een meevallend cijfer over het consumentenvertrouwen in de VS kon eveneens weinig steun bieden aan de handel.

Chevron

Oliemaatschappij Chevron steeg 0,6 procent in waarde. Het concern heeft in het derde kwartaal de winst meer dan verdubbeld tot 7,8 miljard dollar, vooral dankzij de gestegen olieprijzen.

De euro noteerde een stand van 1,4160 dollar tegen 1,4165 dollar aan het slot van de handel in Europa.