BRUSSEL - Voor de tweede keer moeten België en Frankrijk Dexia uit de penarie helpen. Bijna exact 3 jaar geleden kwam het bedrijf ook in moeilijkheden door verkeerde beleggingen en onderling wantrouwen binnen de bankensector. Toen bleef het bij een kapitaalinjectie van bijna 6,5 miljard euro en een garantstelling. Het is de vraag of dat nu voldoende zal zijn.

De oudste voorloper van de Belgisch-Franse financiële dienstverlener Dexia, het Gemeentekrediet van België, stamt uit 1860. Het was een bedrijf van en voor de Belgische gemeenten, die tegelijk aandeelhouders en klanten waren van de kredietverstrekker.

Halverwege de vorige eeuw begon het Gemeentekrediet zijn aanbod aan producten en diensten geleidelijk uit te breiden en kreeg meer en meer de particuliere klant in het vizier. In de jaren '90 versterkte het zijn internationale positie met overnames in onder meer Luxemburg.

De Franse tak van Dexia, Crédit Local de France (CLF), zag in 1987 het levenslicht. Ook dat was een bank die oorspronkelijk hoofdzakelijk lokale en regionale overheden tot zijn klantenkring mocht rekenen. Net als het Gemeentekrediet maakte CLF in de jaren '90 een flinke groeispurt en breidde het zijn activiteiten uit over heel West-Europa. In 1991 volgde een beursgang.

Krachtenbundeling

In 1996 bundelden het Gemeentekrediet en CLF de krachten en werd Dexia geboren. Binnen enkele jaren groeide het bedrijf via overnames in onder meer Duitsland, Italië en de Verenigde Staten uit tot een van 's werelds grootste financiële dienstverleners aan de publieke sector. Het kreeg een plek in de leidende indices van de beurzen in Parijs en Brussel.

Dexia betrad in 2000 de Nederlandse markt. Het nam Aegon-dochter Bank Labouchère over en een jaar later haalde het voor 1 miljard euro zakenbank Kempen & Co van de beurs. De twee bedrijven werden samengevoegd tot Dexia Nederland.

Lang duurde het Nederlandse avontuur niet. In 2002 bleek dat vele duizenden klanten van Legio Lease via Bank Labouchère, een dochteronderneming van Dexia Nederland, grote verliezen hadden geleden op beleggingen met geleend geld. Er volgden slepende rechtszaken die zo veel imagoschade veroorzaakten, dat Dexia in 2004 besloot zijn activiteiten in Nederland te staken.

De afwikkeling van de aandelenleaseaffaire zou nog jaren duren. Uiteindelijk tekende het merendeel van de gedupeerden voor een collectieve schikking voor alle slachtoffers van dergelijke praktijken, die tot stand kwam door bemiddeling van voormalig DNB-topman Wim Duisenberg.