AMSTERDAM - Pensioenvermogensbeheerders steken hun geld steeds meer in opkomende economieën in Azië en Latijns-Amerika. Voornamelijk de staatsobligaties zijn populair.

Opkomende markten vertegenwoordigen iets meer dan 10 procent van het totaal aan mondiale obligaties. Maar in veel beleggingsportfolio’s zijn opkomende markten goed voor maar 1 tot 5 procent van de portefeuille.

Daarmee liggen in die markten nog mogelijkheden voor pensioenfondsen, schrijft het Financieele Dagblad maandag.

APG en PGGM

Pensioenfondsen APG en PGGM hebben de voorbije jaren fors meer belegd in de opkomende economieën. APG, dat het geld van ambtenarenfonds ABP beheert, heeft sinds 2005 de beleggingen in opkomende markten verdrievoudigd. Het gaat nu om een half procent van het belegd vermogen, dat eind 2010 272 miljard euro bedroeg.

PGGM geeft geen cijfers. Wel spreekt de pensioenuitvoerder van een ‘geleidelijke toename’ van pensioengeld dat wordt belegd in Latijns-Amerika en Azië.

F&C

Vermogensbeheerder F&C heeft zijn beleggingen in opkomende markten de afgelopen tien jaar verdubbeld. Voor de Nederlandse klanten wordt op dit moment circa 2% tot 4% van de totale beleggingsportefeuille geïnvesteerd in opkomende markten. Dat was vijf jaar geleden nog 1% tot 2%.

Alle betrokken partijen verwachten dat de trend richting de opkomende markten de komende jaren alleen maar sterker wordt. De markten worden steeds belangrijker in de wereldeconomie. Landen in Azië en Latijns-Amerika hebben een hoge economische groei en lagere schulden. De rentes liggen er hoger en de kredietwaardigheid verbetert, waar die in het Westen juist steeds verder onder druk komt.