DEN HAAG - Shell heeft in het eerste kwartaal een lagere productie weten te compenseren met hogere winstmarges en desinvesteringen. Dat blijkt uit de donderdag gepresenteerde resultaten van de oliemaatschappij.

Shell produceerde dagelijks 3,504 miljoen vaten olie-equivalent. Dat is 3 procent minder dan in de eerste drie maanden van 2010. De afname is het gevolg van de verkoop van onderdelen, waaronder raffinaderijen en olie- en gasvelden.

Dankzij de hogere olieprijs en betere raffinagemarges wist Shell de winst flink op te voeren. De winst op basis van geschatte actuele voorraadkosten (ccs), de maatstaf die in de financiële wereld wordt gehanteerd, bedroeg 6,9 miljard dollar (4,6 miljard euro).

Dat is een stijging van 41 procent ten opzichte van de 4,9 miljard dollar in het eerste kwartaal van 2010.

Verkoop

De verkoop van onderdelen, verrekend met onder meer afschrijvingen, leverde per saldo een bate op van 637 miljoen dollar. Een jaar eerder bevatte de ccs-winst een bate van 75 miljoen dollar.

Exclusief de bate bedroeg de ccs-winst in het eerste kwartaal 6,28 miljard dollar, waar analisten in doorsnee op 5,96 miljard dollar rekenden.

De nettowinst steeg met 60 procent tot 8,8 miljard dollar. Shell stelt een kwartaaldividend voor van 0,42 dollar per aandeel. De omzet kwam uit op 109,9 miljard dollar (74 miljard euro) tegen 86 miljard dollar een jaar eerder.