VENLO - Printerfabrikant Océ heeft in het eerste kwartaal van 2011 slechter gepresteerd dan een jaar eerder. Vooral in de Europese bouwsector vielen de verkopen tegen, stelde bestuursvoorzitter Rokus van Iperen dinsdag.

Océ, dat sinds vorig jaar grotendeels in handen is van de Japanse branchegenoot Canon, zag de omzet in de eerste drie maanden van 2011 met 9 miljoen euro dalen tot 638 miljoen euro.

Het bedrijfsresultaat was met 5 miljoen euro twee derde kleiner dan een jaar eerder. ''Niet goed'', oordeelde Van Iperen.

Het grootste probleem zit volgens de Océ-topman in de bouwsector, die vooral in Europa nog altijd erg slecht draait. Daardoor wist Océ aanzienlijk minder speciale printers voor bouwtekeningen aan de man te brengen.

Verkopen

Een lichtpuntje ziet Van Iperen in de Verenigde Staten en Duitsland, waar de verkopen in de bouw licht toenamen.

Ook de integratie met Canon leidde het afgelopen kwartaal tot tegenvallende verkopen. Verkopers van Océ moeten nu ook Canonproducten aan de man brengen, maar hebben enkele maanden nodig om aan die machines te wennen, aldus Van Iperen.

Dat probleem is volgens hem echter bijna verholpen. ''We zien de verkopers elke maand succesvoller worden'', stelde hij.

Kosten

De tegenvallende resultaten dwingen Océ op de kosten te letten. Grote gevolgen voor het personeel verwacht Van Iperen voorlopig echter niet. ''Er is tussen 2008 en 2010 fors gesneden in het personeelsbestand, maar dat proces is nu afgerond. We letten goed op de kosten, maar hebben geen nieuwe plannen met betrekking tot het personeel.''

Van Iperen deed geen voorspelling voor de ontwikkelingen in de rest van het jaar.