NEW YORK - Zorgen over de almaar stijgende olieprijs door het geweld in het olierijke Libië drukten de effectenbeurzen vrijdag fors in de min. De aandelenkoersen gingen over de hele linie omlaag.

De Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen sloot met een verlies van 88,32 punten (0,7 procent) op 12.169,88 punten. De breder samengestelde S&P 500-index ging 9,82 punten, eveneens 0,7 procent, omlaag tot 1321,15 punten.

De door technologiefondsen gedomineerde Nasdaq moest 14,07 punten inleveren tot 2784,67 punten. Dat betekent een verlies van 0,5 procent. Een dag eerder gingen de koersgemiddelden juist hard omhoog door optimisme over de economie en een gedaalde olieprijs.

Vrijdag maakte de prijs voor een vat Amerikaanse ruwe olie weer een sprong van 2,6 procent tot 104,57 dollar.

''De markt worstelt met de vraag: heeft de economie een blijvende ommezwaai gemaakt, of gaat de dure olie alles vertragen'', stelt een Amerikaanse handelaar. Een banenrapport over de maand februari, min of meer in lijn met verwachtingen, bood geen soelaas.

Verliezers

Conglomeraat General Electric, bankconcern JP Morgan Chase, chemieconcern DuPont en computerbedrijf Hewlett-Packard waren de grootste verliezers in de Dow met koersdalingen variërend van 1,2 tot 1,8 procent.

Ook bankaandelen hadden het zwaar. Bank of America voorziet dat de resultaten van grote Amerikaanse banken in het huidige eerste kwartaal gedrukt zullen worden door de onrust in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Citigroup en Goldman Sachs kregen daarom lagere beleggingsaanbevelingen van het bankconcern. Dat leverde Citigroup een koersval op van 3 procent, terwijl Goldman 2,1 procent kon inleveren.

De stijgers op de lijst van Dow-fondsen waren op een hand te tellen. Supermarktconcern Wal-Mart sloot 0,1 procent in de plus. Het bedrijf wil in de toekomst 20 procent meer dividend uitkeren.

Op de valutamarkt noteerde de euro op 1,3985 dollar tegen 1,3975 dollar bij het sluiten van de Europese beurzen vrijdag.