AMSTERDAM - Er komt geen onderzoek naar wanbeleid bij ASMI, toeleverancier aan de chipindustrie. De Hoge Raad heeft de beslissing van de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam vernietigd, zo werd vrijdag bekend.

De Ondernemingskamer zal nu opnieuw moeten beslissen of er reden is tot het instellen van een onderzoek naar het beleid van ASMI. Een woordvoerder van ASMI wilde geen commentaar geven op de uitspraak van de Hoge Raad.

Volgens de Hoge Raad heeft de Ondernemingskamer bij de eerdere beslissing tot het instellen van een onderzoek ''uit het oog verloren dat het bestuur van ASMI primair verantwoordelijk is voor de te volgen strategie en voor de corporate governance''.

Overleg

Het bestuur van ASMI moet zelf beoordelen of het wenselijk is daarover in overleg te treden met externe aandeelhouders, zo stelde de Hoge Raad. Ook is het niet verplicht de aandeelhoudersvergadering vooraf in zijn besluitvorming te betrekken.

In augustus 2009 besloot de Ondernemingskamer tot een onderzoek naar wanbeleid bij de toeleverancier aan de chipindustrie. Er zou onder meer reden zijn om te twijfelen aan de manier waarop ASMI in 2008 een beschermingswal opwierp via de Stichting Continuïteit.

De procedure werd aangespannen door een aantal aandeelhouders, die al jaren overhoop liggen met het bedrijf.

In cassatie

Oprichter en grootaandeelhouder Arthur del Prado van ASMI ging samen met de Stichting Continuïteit ASMI bij de Hoge Raad in cassatie tegen de uitspraak.

De uitspraak van de Hoge Raad is opvallend. Halverwege april adviseerde advocaat-generaal Vino Timmerman nog aan het hoogste rechtscollege dat het onderzoek naar wanbeleid door zou moeten gaan.