LONDEN - Het olielek in de Golf van Mexico heeft oliemaatschappij BP tot nu toe 3,12 miljard dollar (2,37 miljard euro) gekost. Dat maakte het bedrijf maandag bekend. Vorige week stond de teller nog op 2,65 miljard dollar.

Behalve voor de kosten van de pogingen om het lek te dichten en de olie op te ruimen, moet BP ook diep in de buidel tasten om de tienduizenden claims van benadeelden te betalen.

De oliemaatschappij liet eerder al weten dit jaar geen dividend uit te keren en mogelijk onderdelen te zullen verkopen om de kosten van de olieramp te dekken. Kranten in het Midden-Oosten meldden afgelopen weekeinde interesse in BP-activiteiten van onder meer branchegenoten in het gebied.

Ook de topman van het Franse Total zei mogelijk belangstelling te hebben, maar liet weten dat het ''onetisch'' zou zijn om nu al, nog voordat BP daadwerkelijk activiteiten in de etalage heeft gezet, op koopjesjacht te gaan.

Aandeelhouders

Ondertussen spraken grote aandeelhouders van BP maandag geruchten tegen dat BP op zoek zou zijn naar een grote nieuwe investeerder uit het Midden-Oosten of Azië.

Afgelopen weekeinde schreven Britse kranten dat BP een groot staatsfonds in de arm zou willen nemen dat een belang van 5 tot 10 procent neemt in BP. Enkele bestaande aandeelhouders ontkenden maandag dat BP daar behoefte aan zou hebben.

Belang

Intussen suggereerde het hoofd van de Libische olieindustrie dat zijn land een belang in BP wil nemen. Shokri Ghanem zei maandag dat Libië zou moeten profiteren van de lagere waarde van BP, zo meldt de krant Financial Times.

De berichtgeving over eventuele overnames van BP-onderdelen of belangennemingen was in ieder geval goed voor het aandeel BP. Het fonds noteerde maandag op de beurs in Londen 4 procent hoger.