NEW YORK - De Amerikaanse aandelenbeurzen leverden op de laatste handelsdag van de week fors in.

Na een paar uur handel dook de belangrijkste graadmeter, de Dow-Jonesindex, onder de 10.000 punten om daar gedurende de handel niet meer bij in de buurt te komen.

Ook de S&P 500-index en de Nasdaq gingen flink achteruit.

De euro, die eerder op de dag voor het eerst sinds maart 2006 onder de 1,20 dollar noteerde, kwam daar niet meer bovenuit. Ook leverde de olieprijs bijna 5 procent per vat in.

Dow Jones

De toonaangevende Dow-Jonesindex sloot de week af op een stand van 9931,22 punten. Dat is een daling van 3,2 procent vergeleken met het slot van donderdag.

De breder samengestelde S&P 500-index ging 3,4 procent terug tot een stand van 1064,88 punten. Technologiebeurs Nasdaq verloor relatief gezien het meeste terrein en eindigde de week op een stand van 2219,17 punten, een verlies van 3,6 procent.

Arbeidsmarkt

Het was een combinatie van factoren die zorgde voor rode borden. Vlak voor opening van de Amerikaanse handel maakte het ministerie van Arbeid bekend dat de werkgelegenheid in de Amerikaanse economie in de maand mei minder sterk was gegroeid dan alom was verwacht.

In totaal waren er in mei 431.000 banen meer, met uitzondering van de agrarische sector, dan in de maand april. Bovendien was een groot deel van de banengroei te danken aan tijdelijke inhuur van mensen door de overheid in verband met de uitvoering van een volkstelling.

In de private sector kwamen er maar 41.000 banen bij in vergelijking met de maand ervoor. De werkgevers lieten hun werknemers wel meer uren draaien per week, maar daar leek niemand hoop uit te putten.

Griekse stijl

Ook zorgen over de Europese economie en de Europese bankensector deden de beurzen geen goed. Hongarije gooide vrijdag olie op het vuur. Een woordvoerder van de Hongaarse overheid zei dat het land het risico loopt op een crisis 'Griekse stijl'.

Daarop ging de euro omlaag. Aan het slot van de handel in New York noteerde de euro 1,1969 dollar tegen 1,2000 dollar bij het slot van de handel in Europa. De olieprijs stond 4,7 procent lager, een vat ruwe Amerikaanse olie kostte 71,12 dollar.