NEW YORK - Wall Street wist de openingsverliezen donderdag in het laatste deel van de handel om te zetten in winsten. Vooral bankaandelen deden het goed. De kooplust onder de beleggers werd echter getemperd door een onverwachte stijging van de inflatie in China, tot het hoogste niveau in zestien maanden tijd.

Daardoor ontstond de vrees onder beleggers voor een oververhitting van de economie.

De toonaangevende Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen sloot 44,51 punten (0,4 procent) hoger op 10.611,84 punten. De breder samengestelde S&P 500-index ging 4,63 punten, ofwel 0,4 procent, voorruit tot 1150,24 punten.

Schermenbeurs Nasdaq won 9,51 punten tot 2368,46 punten. Dat betekent een winst van 0,4 procent.

Citigroup

De 'financials' waren, net als woensdag, gewild. Het bankconcern Citigroup werd 5,6 procent meer waard. De topman van het concern Vikram Pandit zei donderdag dat Citigroup klaar is voor een aanhoudende winstgroei. JPMorgan Chase sloot 0,6 procent hoger en American Express won 1 procent.

Ook farmaceutische aandelen waren populair. Beleggers denken dat de overheidsplannen om de zorgsector te hervormen, iets wat negatief voor de farmaconcerns is, geen doorgang zullen vinden. In de Dow werd Merck 1,6 procent duurder, Pfizer klom 0,8 procent.

3M

Beleggers lieten grote industriële concerns en grondstoffenbedrijven links liggen. Bij de Dow-fondsen was het conglomeraat 3M de grootste daler met een verlies van 0,4 procent.

Op de valutamarkt noteerde de euro aan het einde van de handel op Wall Street op 1,3675 dollar tegen 1,3670 dollar bij het slot van de Europese beurzen donderdag.