NEW YORK - De beleggers op Wall Street zagen maandag, na de fraaie koerswinsten van vorige week, maar weinig redenen om in aandelen te stappen. De toonaangevende Amerikaanse beursgraadmeters kwamen de gehele dag nauwelijks in beweging.

Optimisme over de verkoop van een bedrijfsonderdeel van verzekeringsgigant AIG en gunstige omzetcijfers van hamburgerketen McDonald's werden overschaduwd door scherpe kritiek van president Obama op Amerikaanse zorgverzekeraars.

Met nog ruim een half uur handel voor de boeg stond de toonaangevende Dow-Jonesindex 0,1 procent lager op een stand van 10.559 punten.

De breder samengestelde S&P 500 noteerde vrijwel onveranderd op 1139 punten. De door technologiefondsen gedreven Nasdaq won 0,3 procent op 2333 punten.

Koerswinsten

Hoewel het er rustig aan toe ging, toonde een aantal fondsen mooie koerswinsten. Zo maakte het aandeel MetLife een sprong van 4,7 procent, goed voor de eerste plek in de S&P. Voor aanvang van de handel meldde het Amerikaanse verzekeringsconcern dat het voor 15,5 miljard dollar de divisie American Life Insurance Company van branchegenoot AIG overneemt.

AIG gebruikt het geld om een deel van de staatssteun die het concern eerder heeft gekregen, af te betalen. Het aandeel AIG werd 3,8 procent meer waard.

Obama

Het enthousiasme werd echter getemperd door kritiek van president Obama op Amerikaanse ziektekostenverzekeraars die hun premies verhogen en tegelijk weigeren ziektekosten van patiënten te dekken.

''Elk jaar weigeren verzekeraars meer patiënten omdat ze een ziektegeschiedenis hebben. Ook weigeren ze steeds meer dekking aan mensen als ze ziek zijn'', aldus Obama.

Cisco

De producent van netwerkapparatuur Cisco ging aan kop bij de Dow-fondsen met een 2,8 procent hogere koers. Het bedrijf was populair na een gunstig beleggingsadvies voor het aandeel van zakenbank JPMorgan.

McDonald's (plus 2,6 procent) bezette de tweede plek op de lijst van grote fondsen. Dat had te maken met sterke omzetcijfers over de maand februari.

Op de valutamarkt noteerde de euro 1,3635 dollar tegen 1,3615 dollar bij het slot van de Europese beurzen maandag. De prijs voor een vat ruwe Amerikaanse olie klom met 0,4 procent tot 81,32 dollar.