NEW YORK - De aandelen gingen dinsdag overwegend omlaag op Wall Street en vooral die van de banken. De twijfel over de vraag of de economie in de Verenigde Staten zich snel zal herstellen sloeg weer toe.

Beleggers kregen ook nog eens de bibbers bij berichten die erop duiden dat de banken niet uit de gevarenzone zouden zijn.

Dinsdag waren het de cijfers over de voorraden bij de groothandel die het beursklimaat bepaalden. Die voorraden namen in juni met 1,7 procent af, bijna twee keer zoveel als waar analisten op gerekend hadden. Dit wordt gezien als een belangrijke graadmeter voor economische groei.

Als de voorraden laag zijn bij de groothandel getuigt dat van weinig vertrouwen dat afnemers meer gaan verkopen. Het leidde bij beleggers tot minder vertrouwen in economisch herstel en dat vertaalde zich ook in lagere olieprijzen.

Banken
De Dow-Jonesindex sloot 1 procent lager op 9241,45 punten, een verlies van 96,50 punten. De S&P 500-index ging 12,75 punten, ofwel 1,3 procent, omlaag naar 994,35 punten. De Nasdaq-index verloor 22,51 punten, ofwel 1,1 procent, op 1969,73 punten.

De financiële waarden stonden onder druk nadat een toonaangevende analist sombere vooruitzichten had geschetst voor de banken. Bovendien liet kredietverstrekker CIT weten extra geld nodig te hebben om een faillissement te voorkomen.

Ook een rapport van een orgaan van het Amerikaanse congres over de banken deed de koersen geen goed. Het financiële systeem zou nog niet uit de gevarenzone zijn, en dat geldt dan vooral voor kleine banken die verliezen lijden op hypotheken van commercieel onroerend goed.

Bank of America zag de koers met bijna 5 procent dalen, JP Morgen met meer dan 3 procent.

Winstnemingen
De beurs moest dinsdag dus verder terug, nadat die maandag licht lager was gesloten als gevolg van winstnemingen, die volgden op een periode van koersstijgingen. Het slechte nieuws woog dinsdag zwaarder dan het goede.

De arbeidsproductiviteit van de Amerikanen is in het tweede kwartaal van dit jaar meer gestegen dan analisten hadden verwacht. Dit ging gepaard met een daling van de loonkosten die groter was dan voorspeld.

Beleggers keken dinsdag ook uit naar de uitkomst van een vergadering van het bestuur van het stelsel van centrale banken in de VS. Dat moet meer duidelijkheid gaan geven over rente en over de stand van de economie. Bovendien komen er later deze week cijfers over verkoop in de winkels. Daaruit moet blijken of de consument bereid is het geld te laten rollen.

De euro noteerde 1,4150 dollar tegen 1,4135 dollar bij het sluiten van de Europese beurzen.