NEW YORK - Beleggers op Wall Street lieten zich dinsdag, evenals op maandag, inspireren door de dalende olieprijs. Die voedde de hoop dat consumenten en bedrijven de portemonnee vaker durven te trekken. Procter & Gamble, 's werelds grootste producent van consumentenproducten, bevestigde dat sentiment met beter dan verwachte kwartaalcijfers.

Dow-Jones

De toonaangevende Dow-Jonesindex sloot met een winst van 2,9 procent op 11.615,77 punten. De technologie-index Nasdaq steeg 2,8 procent tot 2349,83 punten en de breed samengestelde S&P 500 ging 2,9 procent vooruit naar 1284,88 punten.

Olie

De olieprijs, die nog altijd ruim 60 procent boven het niveau van een jaar geleden ligt, daalde dinsdag met ruim 2 procent tot 118,60 dollar per vat (159 liter). Normaal gesproken is goedkopere olie slecht nieuws voor oliemaatschappijen, maar het in de Dow opgenomen Exxon Mobil steeg dinsdag 2,3 procent.

Procter & Gamble

Procter & Gamble haalde in het vierde kwartaal van zijn gebroken boekjaar een nettowinst van 3 miljard dollar (1,9 miljard euro), een derde meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Het bedrijf wist de opgelopen grondstofkosten te compenseren met hogere afzetprijzen en besparingen. Het aandeel sloot 3,1 procent hoger.

Volgens handelaren putten beleggers moed uit de cijfers van Procter & Gamble en maken zij zich nu minder zorgen over de winstontwikkeling bij bedrijven. "De tot nu toe gepresenteerde resultaten, buiten de financiële sector, zijn niet zo slecht als aanvankelijk werd gedacht. Een net iets beter dan verwacht cijferseizoen steunt het sentiment", aldus een handelaar in New York.

Banken

De beurshandel in New York kreeg halverwege de handelsdag kortstondig een impuls van het rentebesluit van de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken. De Fed handhaafde, zoals analisten verwachtten, het belangrijkste rentetarief op 2 procent en liet zich niet uit over een verhoging op korte termijn.

De verwachting dat de Fed de rente voorlopig omgemoeid zal laten, gaf vooral aandelen in de financiële sector een impuls. Onder meer de bank Citigroup profiteerde daarvan, met een koerswinst van 5,8 procent.

Verzekeraar AIG noteerde zelfs een plus van 12 procent, mede dankzij een hoger beleggingsadvies van zakenbank UBS. Daarmee voerde het financiële concern de Dow-Jonesindex aan.

Boeing

Buiten de financiële sector deden ook de detailhandelsbedrijven goede zaken, evenals ondernemingen die afhankelijk zijn van de olieprijs. Vliegtuigfabrikant Boeing noteerde bijvoorbeeld een plus van 6,2 procent en was daarmee de nummer twee in de Dow. Ook de luchtvaartmaatschappijen zelf boekten stevige koerswinsten.

Euro

De euro noteerde 1,5455 dollar in vergelijking met 1,5470 bij het slot van de Europese beurshandel.