NEW YORK - De effectenbeurzen in New York gaven maandag behoorlijk wat terrein prijs. Pas aan het einde van de handel durfden beleggers weer aandelen te kopen en werden eerder opgelopen verliezen teruggebracht.

Vooral banken waren uit de gratie nadat het kredietbeoordelingsbureau Standard & Poor's (S&P) zich negatief had uitgelaten over de vooruitzichten van de financiële sector in de Verenigde Staten. Merrill Lynch, Morgan Stanley en Lehman Brothers kregen bovendien een lagere kredietwaardering aan de broek.

De Dow-Jonesindex eindigde met een verlies van 134,50 punten, ofwel 1,1 procent, op 12.503,82 punten. Tijdens de handel bedroeg het verlies zelfs meer dan 200 punten.

De breder samengestelde S&P 500 daalde eveneens 1,1 procent tot 1385,68 punten. Het verlies van de Nasdaq-index, een belangrijke barometer voor het wel en wee van technologiefondsen, bedroeg 1,2 procent op 2491,53 punten.

Ontslag

Banken stonden al onder onder druk door het ontslag van de topman van het Amerikaanse bankconcern Wachovia en de problemen bij de Britse hypotheekbank Bradford & Bingley. Nadat het nieuws van S&P naar buiten was gekomen, gingen de koersen nog harder naar beneden.

Vooral voor Lehman Brothers was de klap groot. De zakenbank daalde in de Nasdaq-index meer dan 8 procent. Merrill Lynch, ook op de Nasdaq-beurs vertegenwoordigd, moest bijna 3 procent prijsgeven. American Express (min 2,4 procent) en Citigroup (min 2 procent) bungelden onderaan de lijst van de dertig fondsen die in de Dow-Jonesindex zijn opgenomen.

Wachovia

Wachovia meldde voorbeurs dat zijn topman Ken Thompson op verzoek van de raad van bestuur met pensioen is gegaan. Onder zijn leiding kreeg de op drie na grootste bank van de Verenigde Staten veel tegenslagen te verwerken. Tot opluchting leidde het vertrek van Thompson echter niet. Wall Street zette het aandeel Wachovia 1,7 procent lager.

Het sentiment in New York werd ook beïnvloed door de publicatie van nieuwe macro-economische gegevens. Een belangrijke index voor inkoopmanagers (ISM) liet zien dat de verwerkende industrie in de VS in mei voor de vierde achtereenvolgende maand is gekrompen, terwijl de prijzen die fabrieken betalen zijn gestegen tot het hoogste niveau sinds april 2004.

Stijger

General Motors was een opvallende stijger op Wall Street. Het aandeel steeg 2 procent, vooral doordat het beleggersblad Barron's had gemeld dat de koers van de aandelen van de autofabrikant de komende jaren kan verdrievoudigen.

In de New Yorkse valutahandel werd voor een euro 1,5540 dollar betaald, gelijk aan de koers in de Europese handel. Een vat ruwe Amerikaanse olie (van 159 liter) ging voor 127,70 dollar van de hand.