NEW YORK - Beleggers op de Amerikaanse effectenbeurzen zijn vrijdag flink geschrokken van het nieuws dat de zakenbank Bear Stearns met liquiditeitsproblemen kampt. De bank kondigde aan een noodkrediet te hebben gekregen.

Op Wall Street doken de graadmeters fors in het rood. De Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen sloot met een verlies van 194,65 punten (1,6 procent) op 11.951,09 punten, na eerder op een min van ruim 2,5 procent te hebben gestaan.

De breder samengestelde S&P 500-index ging 27,34 punten (2,1 procent) achteruit tot 1288,14 punten. De technnologiegraadmeter Nasdaq zakte 51,12 punten (2,3 procent) naar 2212,49 punten.

Beurswaarde

Bear Stearns zag na zijn onheilstijding ruim 45 procent van zijn beurswaarde verdampen. De Federal Reserve in de staat New York en branchegenoot JPMorgan Chase verstrekken de bank een noodkrediet, een dag nadat het bedrijf geruchten over zijn zwakke kaspositie van de hand had gewezen. De mededeling versterkte de zorg onder beleggers dat de wereldwijde crisis op de kredietmarkt nog lang niet is uitgeraasd.

Andere financiële waarden kregen eveneens een tik. Vooral Lehman Brothers, dat volgens analisten direct geraakt wordt door de problemen bij Bear Stearns, moest het ontgelden met een min van ruim 14 procent. In de Dow daalde Citigroup 6 procent, Bank of America 3,9 procent en JPMorgan Chase 4,1 procent. Morgan Stanley en Goldman Sachs verloren 4,9 en 5,2 procent.

Inflatiecijfer

De dag was nog positief begonnen met dank aan een meevallend inflatiecijfer. De consumentenprijzen in de Verenigde Staten bleven vorige maand stabiel, terwijl analisten in doorsnee op een stijging rekenden.

Beleggers gaan ervan uit dat nu de kans dat de Fed volgende week de rente verlaagt om verdere steun de geven aan de kwakkelende economie, is toegenomen.

Dieprood

De koersenborden kleurden na het eerste halfuur evenwel dieprood. Behalve de financiële fondsen waren autobouwer General Motors en bouwmarktenketen Home Depot de grote verliezers met koersdalingen van respectievelijk 5,4 en 2,8 procent.

In de Nasdaq ging luchtvaartmaatschappij United Airlines flink omlaag. Het bedrijf ziet zich gedwongen zijn tarieven te verhogen om de hoge brandstofrekening te compenseren en verloor 5,7 procent.

Olieprijs

De olieprijs zakte vrijdag door winstnemingen iets terug. Voor het eerst deze week werd geen nieuw record gevestigd. Een vat van 159 liter kostte vrijdag op de termijnmarkt in New York circa 110 dollar, waar eerder deze week een recordstand van precies 111 dollar werd bereikt.

De oliebedrijven ExxonMobil (min 1,3 procent), Chevron (min 2 procent) en ConocoPhillips (min 0,7 procent) daalden dan ook.

Boeing

De enige stijger onder de hoofdfondsen in New York was Boeing. Het vliegtuigbouwconcern kreeg een opwaardering van het effectenkantoor Morgan Stanley en klom 2,6 procent.

Het aandeel was de afgelopen weken flink weggezakt nadat Boeing een miljardenopdracht van de Amerikaanse strijdkrachten aan zich voorbij had zien gaan.

Euro

De euro zette zijn opmars vrijdagavond voort, extra gesteund door speculaties op een renteverlaging in de VS, en noteerde een koers van 1,5665 dollar.

Tijdens de handel bereikte de euro een piek van 1,5688 dollar, een nieuw record. Bij het slot van de Europese beurzen was de munt nog 1,5620 dollar waard.

Door de verliezen op de laatste handelsdag is de Dow deze week 0,5 procent gedaald en de S&P 0,4 procent. De Nasdaq is op vrijwel dezelfde stand gesloten als vorige week vrijdag.