AMSTERDAM - AEX-fondsen presteren ten opzichte van hun Europese en wereldwijde concurrenten minder goed. Dat blijkt donderdag uit een onderzoek van Accenture.

Het onderzoek gaat in op de prestatie van 23 ondernemingen binnen de hoofdindex. Daarvoor heeft Accenture de ondernemingen tussen 2000 en 2006 vergeleken met 165 belangrijke concurrenten elders in de wereld. Bedrijven die gedurende langere tijd op 5 vlakken beter presteren dan hun soortgenoten krijgen het predikaat 'High Performance Business', oftewel HPB, mee.

Ondernemingen die deze benaming verdienen, scoren bovengemiddeld op het gebied van zowel winstgevendheid en omzetgroei, als op het vlak van toekomstpersectief, voorspelbaarheid en aandeelhouderswaarde.

Potentie

Binnen de AEX is nog geen bedrijf met het HPB-predikaat te vinden. Wel is er potentie. Staalgigant ArcelorMittal, chipmaker ASML en uitzender Randstad staan op de nominatie om een dergelijke toevoeging te krijgen. 'Daarvoor moeten ze in de eerste plaats nog een aantal jaren doorgaan met wat ze nu doen, want ze doen het al goed,' legt Wouter Koetzier van Accenture uit.

Voor de overige bedrijven geldt dat ze zich in het algemeen meer op de lange termijn moeten richten. 'Ondernemingen richten zich nu vaak op het creëren van aandeelhouderswaarde', aldus Koetzier. 'Ze keren dividend uit en kopen eigen aandelen in, terwijl ze het geld dat ze over hebben soms beter kunnen investeren in groei.'

Investeringen

Bedrijven doen er beter aan 'superieure investeringen' te doen, bijvoorbeeld door branchegenoten in te lijven. Ook kunnen ze groeien door uit te breiden in opkomende economieën en zich creatiever opstellen op hun thuismarkten door onder meer de niches op te zoeken.

Het beeld van achterblijvende waardering van Nederlandse bedrijven wordt weerspiegeld in de ontwikkeling van de AEX-index. De ontwikkeling van de index is sinds begin 2001 gemiddeld ruim 25 procent achtergebleven ten opzichte van zijn broertjes. Opvallend is bovendien dat de AEX gevoeliger is voor verstoringen als 9/11 en SARS.