NEW YORK - Op Wall Street werden beleggers op de eerste handelsdag van het jaar opgeschrikt door een paar tegenvallers.

Een slecht macrocijfer en een sterk oplopende olieprijs zorgden woensdag voor een flinke dip van de belangrijkste Amerikaanse indices. Een rapport van de Federal Reserve gaf enig tegenwicht.

De toonaangevende Dow-Jonesindex sloot 1,7 procent, ofwel 220,86 punten, lager op 13.043,96 punten. De breed samengestelde S&P 500 ging 1,4 procent omlaag tot 1447,16 punten. De technologiegraadmeter Nasdaq verloor 1,6 procent tot 2609,63 punten.

Tegenslag

Kort nadat de beurzen het nieuwe jaar hadden ingeluid, kregen beleggers de eerste tegenslag om de oren.

De graadmeter van de industriële sector in de VS is in december gedaald tot de laagste stand sinds april 2003 en gaf bovendien aan dat de sector is gekrompen. Analisten hadden nog op een lichte groei gerekend.

Recessie

Het tegenvallende macrocijfer wakkert de vrees aan dat de Verenigde Staten wel eens in een recessie kunnen belanden.

De zorgen om de Amerikaanse economie nemen toe door de almaar verslechterende huizenmarkt in de VS. Minder draagkrachtigen hebben in toenemende mate moeite hun maandelijkse hypothecaire lasten te betalen.

Olie

De beurs werd korte tijd later voor de tweede keer verstoord, toen de olieprijs voor het eerst de stand van 100 dollar per vat van 159 liter bereikte.

Dat gebeurde via een stijging van ongeveer 4 procent. Hierop gingen zowel de beursindices als de dollarprijs een extra stap terug.

Een hoge olieprijs betekent dat bedrijven meer geld kwijt zijn aan het productieproces en vervoerskosten.

Resultaten

Beleggers voorzien dat deze hogere lasten ten koste gaan van de resultaten onder de streep over het lopende kwartaal. De hoge olieprijs is het gevolg van zorgen over dalende Amerikaanse olievoorraden en opgelaaid geweld in Nigeria.

Het feit dat het tegenvallende macrocijfer en de recordprijs van olie de markt tegelijkertijd troffen, zorgde voor de heftige koersbewegingen. "Vernietigend", oordeelde een Amerikaanse handelaar. "Een fraai stoofpotje", noemde een andere vermogensbeheerder het.

Opvallend genoeg leidden de fors hogere olieprijzen niet tot winst op de beurs voor de oliemaatschappijen. Exxon Mobil daalde 0,8 procent, Chevron verloor 0,5 procent en ConocoPhillips ging zelfs 1,3 procent terug.

Tegenwicht

De publicatie van notulen van de rentevergadering van december door het Amerikaanse stelsel van centrale banken (Fed) gaven enig tegenwicht op de beurs.

Hieruit blijkt dat de Fed naar verwachting doorgaat met het verlagen van de rente om de kredietcrisis te bezweren. In december verlaagde de Fed de rente met een kwart procentpunt naar 4,25 procent.

Lagere rentestanden zijn over het algemeen positief voor aandelenmarkten omdat dit lenen goedkoper maakt voor bedrijven en consumenten. Ook zorgt een lage rente voor lage rendementen op spaargelden, waardoor investeerders sneller de aandelenmarkten opzoeken.

Pfizer

Binnen de Dow was het farmaceutische concern Pfizer (plus 1,1 procent) het enige fonds dat het hoofd boven water hield. Intel kreeg de stevigste oorwassing. Het aandeel verloor 5,5 procent van zijn waarde.

De internetwinkel Amazon.com was een positieve uitzondering. Het aandeel ging 3 procent omhoog na een gunstig analistenrapport van analisten van Citi.

Euro

Op de valutamarkt noteerde de euro kort voor het slot van de handel in New York een koers van 1,4720 dollar, tegen 1,4735 dollar bij het scheiden van de aandelenmarkten in Europa.