NEW YORK - De aandelenbeurzen op Wall Street sloten vrijdag vlak tot licht in de min. Een massale uitverkoop zoals in Europa bleef uit. Beleggers werden enigszins gerustgesteld door de nieuwe kapitaalinjecties van de Federal Reserve in de geplaagde kredietmarkt.

De Dow-Jonesindex en de schermenbeurs Nasdag wisten de koersverliezen beperkt te houden, na een flinke daling in de ochtendhandel. De Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen sloot 31,14 punten (0,2 procent) lager op 13.239,54 punten. De technologiebeurs Nasdaq daalde 11,60 punten (0,5 procent) tot 2544,89 punten. De breed samengestelde S&P 500-index eindigde nagenoeg onveranderd op 1453,64 punten.

In navolging van de Europese Centrale Bank schoot de Federal Reserve de financiële markten opnieuw te hulp met een noodinjectie. Het stelsel van Amerikaanse centrale banken pompte nog eens 38 miljard dollar in de geldmarkt. Op donderdag ging het om 24 miljard dollar.

Onzekerheid

"De markt wordt gedreven door angst en onzekerheid", aldus een handelaar. Hij heeft er echter vertrouwen in dat de Fed zal doen wat nodig is om de crisis op de kredietmarkt te bezweren. De problemen in de financiële sector maken beleggers onrustig omdat die tot minder overnames en aandeleninkoopprogramma's kunnen leiden. Banken zijn namelijk minder geneigd om hiervoor leningen te verstrekken aan bedrijven.

Countrywide Financial en Washington Mutual, twee van de grootste Amerikaanse hypotheekverstrekkers, gooiden donderdagavond nog olie op het vuur. Volgens Countrywide is er sprake van de "ernstigste verstoring" op de kredietmarkt ooit. Washington Mutual zei dat de beschikbare geldhoeveelheid "significant" is afgenomen. Countrywide en Washington Mutual daalden vrijdag respectievelijk met 2,8 en 2,2 procent.

De financiële waarden behoorden weer tot de verliezers. Toch sloten zakenbanken Citigroup en JP Morgan Chase uiteindelijk beide met een winst van 0,2. Goldman Sachs echter kreeg het wel weer zwaar voor de kiezen en moest 1 procent inleveren.

De grootste dalers bij de hoofdfondsen waren de industriële concerns Honeywell (min 1,4 procent) en General Electric (min 1,8 procent). Vliegtuigbouwer Boeing, een zwaargewicht in de Dow, boekte een koersverlies van 0,1 procent.

General Motors

Autofabrikant General Motors was donderdag de enige stijger bij de hoofdfondsen. Vrijdag was het fonds juist de sterkste daler (min 2,9 procent). Computermaker Hewlett-Packard boekte een winst van 0,4 procent. Ook het aandeel van chipfabrikant Intel behoorde met een plus van 0,3 procent tot de stijgers.

Beleggers hadden nauwelijks belangrijke macrocijfers voorhanden, die richting konden geven aan de handel. Het Amerikaanse ministerie van Arbeid meldde dat de importprijzen in de Verenigde Staten in juli met 1,5 procent zijn opgelopen. Analisten rekenden in doorsnee met een stijging van 1 procent.

De olieprijs stabiliseerde zich. In New York kostte een vat olie 71,57 dollar. Het aandeel van 's werelds grootste oliebedrijf Exxon Mobil steeg met 1,1 procent. Chevron ging met 2,9 procent omhoog. ConocoPhilips sloot onveranderd.

Op de valutamarkt was de euro vrijdagavond 1,3700 dollar waard. Bij het slot van de Europese beurzen moest er voor de Europese munteenheid 1,3680 dollar worden neergeteld.