NEW YORK - De Amerikaanse effectenbeurzen zijn vrijdag verder weggezakt, na de stevige koersverliezen donderdag. Investeerders vrezen een verdieping van de crisis op de kredietmarkt, die weleens een einde zou kunnen maken aan de recente golf van fusie- en overnamenieuws.

Ook de hoge olieprijs blijft de aandelenhandel parten spelen.

Hoofdfonsen

De Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen sloot de week af met een verlies van 208,10 punten (1,5 procent) op 13.265,47 punten. De breder samengestelde S&P 500-index eindigde 23,70 punten (1,6 procent) lager op 1458,96 punten.

De graadmeter van de schermenbeurs Nasdaq sloot af met een verlies van 37,10 punten (1,4 procent) op 2562,24 punten.

De woorden van de Amerikaanse minister van Financiën Henry Paulson zorgden voor wat rust. Hij zei dat de risico's op de hypotheekmarkt grotendeels onder controle zijn en dat de Amerikaanse economie zich ontwikkelt richting een houdbaar groeitempo.

Desondanks liepen de verliezen op Wall Street nog flink op, hoewel de uitverkoop niet zo groot was als donderdag.

Problemen

De problemen op de kredietmarkt blijven de gemoederen op de beursvloer in New York bezighouden. De Amerikaanse huizenmarkt zit in een forse dip.

Veel huizenbezitters hebben moeite met de aflossing van hun hypotheek. Financiële fondsen staan daardoor al langer onder druk, maar de crisis lijkt zich nu ook uit te breiden naar andere sectoren.

Beleggers vrezen dat banken hun financiële situatie dusdanig zien verslechteren dat zij minder snel leningen verstrekken aan bedrijven voor overnames.

Daardoor kan de stroom van fusies en overnames van de afgelopen tijd tot stilstand komen.

Blackstone

De investeringsmaatschappij Blackstone, die sinds vorige maand een beursnotering heeft in New York, verloor vrijdag 5,5 procent.

Bedrijven als Blackstone verdienen hun geld door bedrijven op te kopen en in delen met winst door te verkopen. Daarvoor zijn zij echter wel afhankelijk van leningen door banken.

De vrees bestaat dat die straks minder makkelijk te verkrijgen zijn.

Olieprijs

De olieprijs in New York steeg vrijdag weer met 2,7 procent tot 77 dollar per vat van 159 liter. De energiesector kon daar echter niet van profiteren.

De branche had nog last van de teleurstellende resultaten die Exxon Mobil donderdag bekendmaakte.

Chevron meldde een winststijging in het afgelopen kwartaal, maar moest toch 2,6 procent inleveren. Exxon Mobil ging 3 procent terug, ConocoPhillips 2 procent.

Sterkste daler

De sterkste daler in de Dow farmaceut Merck met een verlies van 3,6 procent. Branchegenoot Johnson & Johnson verloor 2 procent. Ook autofabrikant General Motors (min 3,4 procent) en machinebouwer Caterpillar (min 2,9 procent) kregen klappen.

De producent van consumentenproducten Procter & Gamble was de sterkste stijger met een plus van 0,4 procent, gevolgd door investeringsbank JPMorgan Chase en vliegtuigbouwer Boeing.

Valutamarkt

Op de valutamarkt noteerde de euro vrijdagavond een stand van 1,3640 euro. De Europese munt was bij het scheiden van de markt in Europa 1,3655 waard.

De Amerikaanse munt wint daarmee terrein ten opzichte van de voorgaande dag. Vrijdagavond stond de euro nog op een koers van 1,3745 dollar.