Er zijn het afgelopen jaar dertien klachten binnengekomen over hoe gemeenten in West-Brabant zijn omgegaan met de zorg voor jeugd en jongeren. 

Dat heeft de Klachtencommissie Jeugd bekendgemaakt in haar jaarverslag. De gemeenten Bergen op Zoom, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht, Zundert en Steenbergen hebben gezamenlijk een klachtencommissie vastgesteld toen in 2015 de nieuwe Jeugdwet in werking trad en zij komen nu met de eerste resultaten.

Op 1 januari 2015 zijn er drie taken overgeheveld vanuit de Rijksoverheid naar de gemeenten, de zogenaamde drie decentralisaties. Eén van die taken houdt in dat de gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor de toegang tot en hulpverlening en zorg aan jeugd en jongeren. Om eventuele klachten goed af te handelen hebben de gemeenten eind 2015 de handen ineengeslagen en een speciale Klachtencommissie Jeugd ingesteld.

Uit het jaarverslag van de commissie blijkt dat er in totaal zeven klachten zijn binnengekomen die zonder de tussenkomst van de Klachtencommissie al zijn afgehandeld. Dan gaat het om in ieder geval drie klachten uit Bergen op Zoom, maar ook de gemeente Etten-Leur (1), Roosendaal (2) en Rucphen (3) ontvingen klachten die door middel van bemiddeling afgehandeld konden worden.

Klachtencommissie

In een zestal gevallen mocht bemiddeling niet baten. Die klachten zijn doorgestuurd naar de Klachtencommissie: de gemeente Moerdijk heeft 3 klachten ontvangen, de gemeente Roosendaal 1 klacht, de gemeente Rucphen 1 klacht en de gemeente Steenbergen 1 klacht.

In deze gevallen heeft de commissie geluisterd naar de ‘klager’ en ‘beklaagde’ om daarna, binnen acht weken, een oordeel/advies te vellen. Vervolgens krijgt het college vier weken de tijd om iets te doen met dit oordeel/advies met betrekking tot de toegang van jeugdhulp en/of eventuele maatregelen ten aanzien van de klachten over de jeugdhulpverlening.

Aanbevelingen

Uit het verslag van de Commissie blijkt dat er verschillende aanbevelingen zijn voor vrijwel alle gemeenten. Zo verstrijkt er veel tijd tussen het bemiddelingsgesprek en de daadwerkelijke hoorzitting van de Klachtencommissie.

"De Klachtencommissie heeft twee dagen per maand gereserveerd voor de hoorzittingen, maar dit is kennelijk in de praktijk niet altijd haalbaar." Er wordt dan ook voorgesteld om klachten voortaan binnen vier weken na de bemiddeling in te plannen. Daarnaast is er soms sprake van extra tijdsverloop doordat het college een besluit moet nemen, maar nog wacht op de reactie van de beklaagde.

"De Klachtencommissie beveelt het college aan om een vaste werkwijze te hanteren, zodat de termijn van vier weken om te beslissen kan worden behaald."

Verschillen

Hoewel de negen gemeenten met één Klachtencommissie proberen hetzelfde resultaat te bereiken, ontkom je er niet aan dat iedere gemeente met een eigen procedure werkt. En dan met name als het gaat om het wel/niet verstrekken van een verweerschrift, voorbereiden van de hoorzitting en de privacygevoeligheid van de stukken.

"De Klachtencommissie acht het van belang dat alle partijen over en weer over dezelfde stukken beschikken en dat de beklaagden vooraf een schriftelijk verweer aanleveren. Hierbij moet oog zijn voor het zorgvuldig behandelen van de documenten en de privacygevoeligheid hiervan."

Jeugdprofessional

Eén belangrijk punt uit het jaarverslag is de aandacht voor de jeugdprofessional. Volgens de Klachtencommissie vinden zij het als beklaagde over het algemeen emotioneel lastig om met klachten om te gaan.

"De Klachtencommissie adviseert te benadrukken dat het indienen van een klacht niet betekent dat getwijfeld wordt aan de professionaliteit. Een mogelijkheid zou zijn om de jeugdprofessional juridische ondersteuning te bieden tijdens de klachtbehandeling."