Wethouder Yvonne Kammeijer heeft een gesprek aangevraagd met de antidiscriminatievoorziening Radar.

De gemeente Bergen op Zoom is jaarlijks zo’n 25.000 euro kwijt aan de organisatie, waar burgers melding kunnen maken van discriminatie, maar het afgelopen jaar hebben slechts twaalf Bergenaren van die mogelijkheid gebruik gemaakt. 

Kammeijer: "Dat lijkt mij erg weinig voor een gemeente als Bergen op Zoom. Daarom zou ik graag meer uitleg willen over de aanpak en werkwijze van Radar."

Voorziening

Cyriel Triesscheyn, directeur van Radar, is graag bereid om die uitleg te geven. Hij begrijpt het beeld dat de kosten niet in verhouding lijken met het aantal meldingen. "Maar het is net als met de brandweer. Die betaal je ook niet per brand; je betaalt voor de voorziening. Wij zijn altijd bereikbaar, zodat mensen melding kunnen maken van discriminatie."

Het opnemen van de melding is echter vaak het begin. "We gaan altijd met een melding aan de slag. Soms komen we met een advies, andere keren kijken we of we een procedure kunnen opstarten door bijvoorbeeld aangifte bij de politie te doen of een zaak bij het college voor de rechten van de mens in te dienen. Per procedure kost dat ons zeker veertig manuren", legt Triesscheyn uit.

Daarnaast heeft Radar wekelijks overleg met de politie en wordt er regelmatig met de Officier van Justitie gesproken.

Meldingsbereidheid

Het lage aantal meldingen wijt Triesscheyn vooral aan de lage meldingsbereidheid onder mensen.

"Twaalf klachten voor Bergen op Zoom lijkt weinig, maar dat is wel vergelijkbaar met andere steden. Per duizend inwoners zit Bergen op Zoom op 0,2 klachten, in Roosendaal en Breda is dat 0,16 en 0,25. Veel mensen raken ontmoedigd, omdat het moeilijk is om via de rechter je gelijk te krijgen".

Toch blijft Triesscheyn mensen aansporen discriminatie te blijven melden.